VerbijsterendAdvies.nl
Persoonlijk maatwerk in verzekeringen en financiŽle diensten van De PensioenMakelaar & De HypothekenMakelaar

 

Onteigening is wel te voorkomen… MAARRR ontijdig beroep op zelfrealisatie is fataal voor de eigenaar en de ontwikkelaar!

DeHuizenBemiddelaar / www.DeBosscheMeijerij.nl : De cruciale les uit onderstaand verhaal: zorg dat je tijdig je huiswerk inlevert, want anders is onteigening niet meer af te wenden !

Samenvatting Een grondeigenaar beroept zich op zelfrealisatie pas nadat de gemeenteraad de Kroon heeft verzocht zijn perceel ter onteigening aan te wijzen. Dat is te laat volgens de Kroon en daarom slaagt het beroep op zelfrealisatie niet.

 

Les voor de praktijk

De Kroon toetst een beroep op zelfrealisatie alleen als concrete voornemens tot zelfrealisatie vóór aanvang van de onteigeningsprocedure aan de verzoeker tot onteigening zijn voorgelegd en de verzoeker deze voornemens heeft kunnen meewegen in de bestuurlijke afweging of de onteigening noodzakelijk is.

Zelfrealisatiebeginsel

Welke vorm van planuitvoering door een bestuursorgaan wordt gewenst, kan worden afgeleid uit de toelichting en de planregels van een bestemmingsplan en eventuele daarbij behorende inrichtings- en verkavelingsschetsen en een exploitatieplan. Die stukken moeten dan ook aan de grondeigenaar kenbaar zijn gemaakt, zodat deze grondeigenaar kan vaststellen of hij bereid en in staat is om het plan zelf uit te voeren. Als een grondeigenaar kan aantonen dat deze bereid en in staat is om zelf de nieuwe bestemming te realiseren, dan bestaat er in principe geen noodzaak tot onteigening. Als de overheid echter een andere planuitvoering wenst dan de grondeigenaar voor ogen staat én de overheid kan aantonen dat de door haar gewenste uitvoering het algemeen belang dient, dan kan het onteigeningsinstrument worden ingezet. Welke uitvoeringsvorm dienstig is aan het algemeen belang wordt beoordeeld door het bestuursorgaan dat het bestemmingsplan heeft vastgesteld: de gemeenteraad.

Wat speelde hier?

Om uitbreiding van een woonwijk te kunnen uitvoeren, is de gemeente Terneuzen een onteigeningsprocedure gestart. Op het moment dat de gemeenteraad, op 13 december 2018, een verzoekbesluit nam, waren geen concrete zelfrealisatieplannen van de grondeigenaar bekend. De eigenaar heeft pas in zijn zienswijze tegen het ontwerpbesluit kenbaar gemaakt dat hij bereid en in staat is om zelf de aan zijn gronden toegekende bestemmingen te realiseren. In oktober 2019 (na tervisielegging) heeft hij hiertoe met een projectontwikkelaar een samenwerkingsovereenkomst gesloten, die hij eerst tijdens de hoorzitting heeft overgelegd. Deze zelfrealisatieplannen heeft de gemeenteraad daarom niet voorafgaand aan haar verzoekbesluit kunnen beoordelen. Volgens de eigenaar is dat niet van belang omdat de Kroon sowieso het beroep op zelfrealisatie inhoudelijk moet beoordelen. Als de gemeenteraad namelijk wel voorafgaand aan het verzoekbesluit het voornemen tot zelfrealisatie had beoordeeld en dit zou hebben afgewezen, dan zou de grondeigenaar immers ook een zienswijze over zelfrealisatie ter inhoudelijke beoordeling aan de Kroon voorleggen, aldus de eigenaar. Dit betoog volgt de Kroon niet.

Wat overweegt de Kroon? 

Een gemeenteraad maakt – alvorens te besluiten om een verzoek te doen tot onteigening –  een afweging over onder meer de noodzaak. Daarbij wordt onder andere gelet op de vorm van planuitvoering die de eigenaar wenst: is die zoals de gemeenteraad voor ogen heeft? Deze afweging kan alleen gemaakt worden als de verzoeker bekend is met zelfrealisatieplannen. Het betoog dat de Kroon zich een oordeel zou moeten vormen over een beroep op zelfrealisatie, óók als dat nog niet aan de gemeenteraad is voorgelegd, volgt de Kroon niet. De Kroon overweegt: “Dat Wij Ons een oordeel dienen te vormen over een beroep op zelfrealisatie, ook als deze nog niet aan verzoeker is voorgelegd, volgen Wij niet. Wij zijn immers geen partij in de realisatie van het bestemmingsplan. Wij zullen een beroep op zelfrealisatie om die reden dan ook slechts meenemen in Ons oordeel omtrent het bestaan van onteigeningsnoodzaak indien concrete voornemens daartoe aan de verzoeker om onteigening tijdig – derhalve voor de start van de onteigeningsprocedure, te weten het verzoekbesluit ex artikel 78, 1e lid van de onteigeningswet – zijn voorgelegd en verzoeker deze voornemens heeft kunnen meewegen in de afweging van de onteigeningsnoodzaak.”

In deze procedure staan wij de gemeente bij.

BRON: Omgevingweb / Egbert de Groot en Jeanny Romme 20042020 www.DeBosscheMeijerij.nl

 

 



Laatste update: 21/04/2020 11:11.31