VerbijsterendAdvies.nl
Persoonlijk maatwerk in verzekeringen en financiŽle diensten van De PensioenMakelaar & De HypothekenMakelaar

PENSIOENVERDELING OP DE SCHOP ?

 

De huidige pensioenverdeling bij echtscheiding gaat op de schop. De standaardmethode van verevening maakt in 2021 plaats voor conversie. Pensioendeskundige Gerard Staats is ondanks de nadelen voorstander van conversie. "De bezwaren wegen niet op tegen het grote voordeel dat partners, zoals bedoeld bij een echtscheiding, echt van elkaar af zijn."

Internetconsultatie

De verdeling van pensioen bij echtscheiding is toe aan verbetering en vernieuwing. Minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is daarom een internetconsultatie gestart over het wetsvoorstel pensioenverdeling bij scheiding 2021. De consultatie eindigt 24 januari 2019. Tot en met die datum kan er nog een reactie worden gegeven op het conceptwetsvoorstel waarmee conversie mogelijk de standaardmethode wordt voor het verdelen van het pensioen bij echtscheiding (tenzij afwijkende afspraken tijdig worden gemeld), het bijzonder partnerpensioen wordt beperkt tot de huwelijkse periode en de grens voor pensioenverdeling wordt verlaagd naar één keer de afkoopgrens.

Conversie

De voordelen van conversie ten opzichte van verevening geven voor het kabinet de doorslag om conversie (onvoorwaardelijke verdeling van het ouderdomspensioen op het moment van scheiding) de standaardmethode te maken voor het verdelen van pensioen bij scheiding. Conversie vergroot namelijk het handelingsperspectief van beide ex-partners en zij zijn niet meer levenslang via het pensioen aan elkaar verbonden.

Uit een eerder artikel voor TaxLive blijkt dat pensioendeskundigen verdeeld zijn over conversie als dé standaard verdeelmethode. Staats (werkzaam bij bureau vaktechniek BDO belastingadviseurs en als universitair docent verbonden aan het Fiscaal Instituut van de Tilburg University) is een voorstander: “Scheiden gaat over het verbreken van emotionele, civiele, fiscale en financiële banden. Daar hoort ook het pensioen bij. Ik heb het altijd raar gevonden dat, ondanks de echtscheiding, ex-partners enkel en alleen vanwege pensioenverevening toch met elkaar verbonden blijven tot de dood hen scheidt. Bij standaardconversie ben je in ieder geval volledig gescheiden….”

Nadelen

Conversie kent ook de nodige nadelen. Zo vloeit het geconverteerde ouderdomspensioen bij voortijdig overlijden van de ex-partner niet meer terug naar de andere partner. Ook gaat het partnerpensioen bij conversie verloren (dit wordt omgezet in een eigen pensioen) en dat kan voor problemen zorgen als de ex-partner afhankelijk is van de alimentatiebetalingen die stoppen als de alimentatieplichtige overlijdt. “Ja er zijn nadelen aan conversie,” erkent Staats, “maar die wegen niet op tegen het voordeel van onafhankelijkheid na scheiding. Partijen zijn echt van elkaar af en dat is het beste argument om toch voorstander te zijn van conversie. Bovendien blijft pensioenadvies bij echtscheiding maatwerk. Er zijn alternatieven om de nadelen te ondervangen. Als sprake is van alimentatie zou men bijvoorbeeld een overlijdensrisicoverzekering kunnen afsluiten om het verlies van partnerpensioen door conversie te ondervangen.”

Merkwaardigheden

Het conceptwetsvoorstel pensioenverdeling bij scheiding is bijzonder gedetailleerd en er is ruim aandacht voor de nadelen van standaardconversie. Merkwaardigheden zijn er ook, zoals het instemmingsrecht van pensioenuitvoerders bij afwijkende afspraken tussen partners waarbij meer pensioen dan de standaardverdeling wordt toebedeeld aan één van beiden. “Waarom is dit instemmingsrecht noodzakelijk?”, vraagt Staats zich af. “Als bepaalde afspraken financieel nadelig zijn voor de pensioenuitvoerder dan is dat een wezenlijk argument voor het instemmingsrecht. Bijvoorbeeld als sprake zou zijn van antiselectie. Een administratieve lastenkwestie is geen reden. Een instemmingsrecht is dan niet terecht. Het simpelweg benoemen dat afwijkende afspraken reden kunnen zijn voor het in rekening brengen van extra kosten door pensioenuitvoerders, is dan voldoende. Het zou goed zijn als de wetgever de redenen voor een eventuele weigering door de uitvoerder zou benoemen.”

Een andere merkwaardigheid is het terugbrengen van de reactietermijn om de pensioenuitvoerder te informeren over afwijkende afspraken over de pensioenverdeling. Die termijn is nu nog twee jaar, maar wordt straks mogelijk zes maanden vanaf het moment dat de scheiding is ingeschreven. Het terugbrengen van de reactieperiode is volgens het kabinet nodig omdat bij conversie pensioenverdeling direct bij scheiding plaatsvindt, in tegenstelling tot pensioenverevening waarbij de verdeling pas plaatsvindt op pensioendatum. Staats vindt zes maanden erg kort, zeker nu conversie in principe onomkeerbaar is. “Twee jaar is relatief lang, maar een reactieperiode van zes maanden is het tegenovergestelde. Omdat een eenmaal uitgevoerde conversie niet meer kan worden teruggedraaid vind ik een termijn van één jaar voor scheidende partijen beter te overzien dan een halfjaar.”

Meer aandacht voor beschikbare premieregelingen

Dat het conceptwetsvoorstel uniforme rekenregels voorschrijft bij verdeling van het ouderdomspensioen in premieregelingen vindt Staats een pluspunt. “De Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (Wvps) is tot stand gekomen toen dergelijke regelingen nog niet bestonden. Het aantal premieregelingen neemt echter toe en zal in de toekomst steeds meer toenemen. Extra handvatten in de Wvps en meer richting op dit terrein is dan ook toe te juichen. In het verlengde hiervan pleit ik voor toepassing van de Wvps op lijfrenteaanspraken. In de kern is er namelijk geen verschil tussen beschikbare premieregelingen (tweede pijler) en lijfrenten (derde pijler).”

Defiscalisering

Nu verbetering van de pensioenverdeling bij echtscheiding op de agenda staat en de Wvps wordt aangepast, is wat Staats betreft de tijd rijp om ook defiscalisering van de pensioenverrekening op de kaart te zetten. “Het moet mogelijk worden om bij echtscheiding de ene partner het pensioen te geven en de andere partner een ander vermogensbestanddeel, zonder dat dit leidt tot fiscale gevolgen. In de ogen van partners is immers sprake van verdelen en niet van verrekenen. Voor deze defiscalisering wil ik heel graag een lans breken.”

Bron: WoltersKluwers / Redacteur Marit Muller

DePensioenMakelaar.nl

 



Laatste update: 15/01/2019 10:30.10