VerbijsterendAdvies.nl
Persoonlijk maatwerk in verzekeringen en financiŽle diensten van De PensioenMakelaar & De HypothekenMakelaar

 Telefoonabonnement met ‘gratis’ toestel lek geschoten: blijft kredietovereenkomst

 

De Hoge Raad heeft in haar uitspraak op 13 juni 2014 bepaald dat een telefoonabonnement met een gratis toestel moet worden beschouwd als een kredietovereenkomst. In haar uitspraak van 12 februari 2016 geeft de Hoge Raad verdere invulling aan haar eerdere uitspraak. Zij richt zich hierbij vooral op de vereiste precontractuele informatie.

 

Een telefoonabonnement met een gratis toestel is en blijft een kredietovereenkomst. Artikelen 7A:1576 lid 2BW en 7:61 lid 2 BW vereisen dat in de overeenkomst de koopprijs afzonderlijk wordt bepaald. Een all-in prijs voor de telefoon, het abonnement en eventuele niet variabele belkosten, is dus niet toegestaan als de kosten voor de telefoon niet zijn gespecificeerd.

 

De consument moet immers voorafgaande aan de overeenkomst voldoende informatie hebben die hem in staat stelt om een weloverwogen beslissing te kunnen nemen en hem te beschermen tegen overkreditering. Dat houdt in dat de precontractuele informatie ook de afzonderlijke koopprijs van de telefoon moet vermelden. Hij moet weten welk deel van zijn maandbedrag betrekking heeft op de aanschaf van de nieuwe telefoon. Wanneer niet aan de vereiste informatieverplichtingen is voldaan heeft de consument de keuze om de overeenkomst te vernietigen of geheel of gedeeltelijk te laten ontbinden. Ook is het mogelijk een eventuele schadevergoeding te vragen. De consument dient dan wel het telefoontoestel terug te geven aan de aanbieder, in de staat waarin het toestel zich op dat moment bevindt. Hij hoeft eventuele waardevermindering dan ook niet te vergoeden. Uiteraard wordt wel van hem verlangd dat hij in de tussentijd als een goed schuldenaar voor het toestel heeft gezorgd.

 

De Hoge Raad erkent dat in dit soort situaties vele verschillende varianten voor kunnen komen en heeft daarom een aantal hoofdlijnen opgesteld:

 

•De consument hoeft geen vergoeding te geven voor de waardevermindering van het toestel, teruggave ervan is voldoende.

•Schadevergoeding wegens onvoldoende zorg kan opgelegd worden vanaf het moment dat de consument kon verwachten dat hij het toestel zou moeten teruggeven.

•Er mag een schadevergoeding wegens niet teruggave in rekening worden gebracht. De consument die het toestel is kwijtgeraakt, heeft doorverkocht of anderszins niet meer in het bezit is van het toestel, zal hiervoor een schadevergoeding moeten betalen, na ingebrekestelling door de aanbieder.

•Er hoeft geen vergoeding voor genot te worden betaald door de gebruiker.

•Er geldt een restitutieplicht voor de onverschuldigd betaalde koopsom. De aanbieder moet ook teruggeven wat hij op basis van de niet tot stand gekomen overeenkomst ontvangen heeft. De consument ontvangt dat deel van de maandtermijn terug, wat betrekking had op de koopsom van het telefoontoestel, de aflossing van het krediet en de daar bijbehorende kosten.

 

BRON: WFTNU donderdag 25 februari 2016 09:00

Leerdoelen:1a.2 (B) en 1f.1 (B)

 

VerbijsterendAdvies.nl

 

 



Laatste update: 25/02/2016 09:54.42