VerbijsterendAdvies.nl
Persoonlijk maatwerk in verzekeringen en financiŽle diensten van De PensioenMakelaar & De HypothekenMakelaar

Wijzigingen per 1 januari 2016

 

Op 1 januari 2016 is een aantal wetten gewijzigd die van invloed zijn op het geven van een passend financieel advies. Dit artikel betreft Consumptief Krediet en daarnaast wordt een aantal andere zaken besproken, zoals crowdfunding, private lease en gerechtsdeurwaarders.

Fiscale wijzigingen

Minimumloon

 Tot 23 jaar hangt de hoogte van het minimumloon hangt af van de leeftijd van de betreffende persoon. De overheid past de bedragen van het minimumloon twee keer per jaar aan de ontwikkeling van de gemiddelde cao-lonen in Nederland aan: per 1 januari en 1 juli.

In onderstaande tabel staan de bruto bedragen voor het minimumloon en het minimum jeugdloon per 1 januari 2016. Het netto loon is afhankelijk van de belasting en de premies die per individu op het loon worden ingehouden.

 

Leeftijd 

Per maand (op basis van volledige werkweek) 

Per week 

Per dag 

23 jaar en ouder

€ 1.524,60

€ 351,85

€ 70,37

22 jaar

€ 1.295,90

€ 299,05

€ 59,81

21 jaar

€ 1.105,35

€ 255,10

€ 51,02

20 jaar

€ 937,65

€ 216,40

€ 43,28

19 jaar

€ 800,40

€ 184,70

€ 36,94

18 jaar

€ 693,70

€ 160,10

€ 32,02

17 jaar

€ 602,20

€ 139,00

€ 27,80

16 jaar

€ 626,00

€ 121,40

€ 24,28

15 jaar

€ 457,40

€ 105,55

€ 21,11

 

Modaal inkomen Het modale inkomen waarmee wordt gerekend bedraagt € 36.000 (2015: € 34.500).

Wettelijk leennormen consumptief krediet

In 2016 zijn de normen voor een consumptief krediet aangescherpt. De aanscherping zit in de verhoging van de normen voor levensonderhoud. Deze bepalen hoeveel van het inkomen nodig is voor het levensonderhoud van de lener.

·                Naast de basisnorm moet minimaal 15% van het netto-inkomen voor levensonderhoud beschikbaar zijn.

·                Ook wordt de afloscapaciteit van de lener bepaald. De bank toetst of ten minste 2% van de kredietsom maandelijks betaald kan worden.

De normen voor de leennorm zijn ten opzichte van 2015 aangepast. U ziet hieronder de leennormen van 2015 en  2016.

 

Soort huishouden

Normen 2015

Normen 2016

Alleenstaand

€ 723

€ 815

Alleenstaand met kinderen

€ 931

€ 990

Gehuwden/samenwonenden

€ 1.172

€ 1.276

Gehuwden/samenwonenden met kinderen

€ 1.273

€ 1.332

De genoemde bedragen betreffen de basisnorm exclusief alle toeslagen.
De norm woonlast gaat van € 227 naar € 230. 

De loan-to-value ratio (LTV) daalt sinds 2013. In 2016 bedraagt deze 102% van de waarde van de woning (2015: 103%). In 2018 moet deze ‘maximale lening ten opzichte van de waarde’ niet hoger dan 100% zijn. 

Crowdfunding

Crowdfunding is een alternatieve manier om een project te financieren. Het wordt ook wel crowdfinancing genoemd. Bij crowdfunding is sprake van direct contact tussen de investeerders en de ondernemers. De financiering vindt plaats zonder tussenkomst van een financiële intermediair. Bij crowdfunding zijn er dus geldgevers, de uitleners van geld of de investeerders, en de geldvragers, de persoon of onderneming die geld voor zijn project nodig heeft. 

Nu crowdfunding steeds belangrijker wordt, wil de overheid dat de professionalisering van crowdfunding meer vorm krijgt en daarom stelt zij meer concrete eisen aan de geldgevers en de geldvragers. In beginsel zijn de meeste crowdfunding platforms vrijgesteld van artikel 4:3,  vierde lid Wft (houder van een ontheffing). 

Wijzigingsbesluit financiële markten 2016

Op 31 maart 2015 is het Wijzigingsbesluit financiële markten gepubliceerd. In deze wetgeving is regelgeving terug te vinden die voor crowdfundingplatforms relevant zijn. Crowdfundingplatforms die een ontheffing hebben, moeten wel voldoen aan de eisen van een integere en beheerste bedrijfsvoering. Daarnaast zijn er ook eisen van geschiktheid. 

Integere en beheerste bedrijfsvoering

De wetgever beoogt met eisen voor een integere en beheerste bedrijfsvoering om fraude en eventueel disfunctioneren van een crowdfundingplatform te voorkomen. Het belangrijkste vereiste voor de bedrijfsvoering is dat de betalingen tussen geldgevers en geldvragers gewoon kunnen doorgaan, ook als het platform zelf niet meer functioneert. Daarbij zijn de veiligheid en de continuïteit van de ICT-systemen natuurlijk van zeer groot belang: die moeten het crowdfundingplatform borgen. Maar ook moeten de crowdfundingplatforms ervoor zorgen dat hun medewerkers betrouwbaar zijn. En net als bij alle andere financiële dienstverleners moeten incidenten worden geregistreerd en moet er een goede klachtenregeling zijn. 

Geschiktheid

Een crowdfundingplatform mag dus als tussenpersoon werkzaamheden verrichten ‘ten behoeve van het buiten besloten kring aantrekken of ter beschikking verkrijgen van opvorderbare gelden van andere dan professionele marktpartijen’. De betrouwbaarheid van de beleidsbepalers moet dan ook buiten gerede twijfel zijn. Een belangrijke wijziging per 1 januari 2016 is dat alle beleidsbepalers een geschiktheidstoets moeten afleggen. Onder beleidsbepalers vallen niet alleen dagelijkse beleidsbepalers, maar valt ook de raad van commissarissen. Deze verplichting geldt voor zowel bestaande crowdfundingplatforms als voor nieuwe platforms. 

In deze geschiktheidstoets worden kennis, vaardigheden en professioneel gedrag getoetst. Daarnaast wordt niet alleen gekeken naar bestuurlijke ervaring van de beleidsbepalers, maar ook naar de algemene en specifieke vakinhoudelijke kennis van de beleidsbepalers die een loan-based crowdfundingplatform exploiteren. Bovendien moeten de beleidsbepalers voor het exploiteren van deze crowdfundingplatforms ook relevante werkervaring kunnen aantonen. 

Vormen van crowdfunding

Er zijn vier vormen van crowdfunding:

1.             doneren;

2.             sponsoring;

3.             loan based; en

4.             equity based.

Bij de eerste twee genoemde vormen neemt de geldgever als het ware ‘afscheid’ van zijn geld. Er is geen sprake van een tegenprestatie. Dat is wel het geval bij loan based crowdfunding (rente als compensatie) en bij equity based crowdfunding (dividend en waardevermeerdering als compensatie). Deze vormen van crowdfunding vallen doorgaans onder het toezicht van de AFM. Als gevolg hiervan kan het crowdfunding platform te maken krijgen met de vergunningsplicht wanneer de AFM vindt dat de belangen van de geldgever niet voldoende worden beschermd. 

Private lease

Uit onderzoek blijkt dat meer dan 85% van alle autobezitters in Nederland niet weet wat hij maandelijks kwijt is aan zijn auto. Om grip te krijgen op de autokosten leasen veel werkgevers de auto. Maar ook als particulier (werknemer, zzp-er en AOW-er) is het mogelijk een nieuwe auto te leasen tegen een vast maandbedrag zonder bijtelling. Private lease ontzorgt de klant bijna geheel. Een maandelijkse overzichtelijke betaling is alles wat voor rekening komt voor de lessee, met uitzondering van de brandstof. Het maandelijkse bedrag hangt af niet alleen van de gekozen auto en de samenstelling van de auto, maar ook van de lengte van de leaseovereenkomst en het jaarlijks vooraf vastgestelde te rijden aantal kilometers. Binnen leasen worden twee termen veel gebruikt:

·                Lessor: de leasemaatschappij die het product levert.

·                Lessee: degene die van de leasemaatschappij het product ontvangt.

Feiten over private leasen

·                Bij private lease is de lessee geen eigenaar van de auto. De lessee huurt de auto voor een periode van minimaal 12 maanden en maximaal 60 maanden.

·                De lessee betaalt iedere maand een ‘vast’ bedrag voor het gebruik van het product (bij private lease: de auto), waarin zitten verwerkt de kosten voor afschrijving, allrisksverzekering, motorrijtuigbelasting, reparatie, onderhoud en banden.

·                De lessee betaalt de benzine, de wasstraat, de parkeerkosten en eventuele snelheidsovertredingen of parkeerboetes.

·                De lessee levert de auto na de afgesproken periode weer in bij de lessor en dan worden de gereden kilometers en niet-geaccepteerde schades verrekend met de lessee.

·                De lessee betaalt geen fiscale bijtelling; die geldt alleen voor leaserijders met een auto van de zaak.

Verschil tussen private lease en ‘normale’ lease

Het grootste verschil tussen ‘normale’ lease en private lease is dat private lease toegankelijker is voor een groter publiek. De lessee is niet langer meer afhankelijk van zijn werkgever en kan de auto ook privé gebruiken. 

In tegenstelling tot bij normale lease vindt bij private lease geen fiscale bijtelling plaats. Bovendien is ook geen BKR-toetsing of -registratie nodig. De betreffende autodealer vraagt vaak wel om een bewijs van inkomen. Als het contract tussentijds door de lessee wordt ontbonden, bijvoorbeeld bij overlijden, emigratie of werkloosheid, zijn er hoge kosten. Bij private lease is een contract daadwerkelijk een contract. De auto is immers speciaal voor de lessee gekocht en het contract is gebaseerd op de specifieke wensen van de lessee. De lessee betaalt vaak tussen de 15% tot 50% van de nog resterende maandtermijnen bij tussentijdse ontbinding van het contract. Er is maar een klein aantal leasebedrijven dat de mogelijkheid biedt om een betalingsbeschermer af te sluiten voor overlijden of ontslag. 

BKR-registratie

In een position paper pleit het BKR ervoor om ook private leasecontracten in het BKR te registreren. Nu private leasing aan populariteit toeneemt en er nog geen wet- en regelgeving is, pleit de AFM voor strengere regels; een leasecontract is immers een financiële verplichting is voor langere tijd. De toezichthouder wil hiermee overkreditering voorkomen. Sommige leasemaatschappijen adverteren met de slogan ‘geen BKR-toetsing of -registratie’. Dit kan juist financieel kwetsbare mensen aantrekken die dan een schuld aangaan die zij niet kunnen betalen.

Een groot deel van de leasemaatschappijen registreert overigens het leasecontract wél bij het BKR. Het afsluiten van een leasecontract kan tot gevolgen hebben dat een hypothecair krediet of andere lening minder gemakkelijk af te sluiten is, omdat een leasecontract wordt gezien als een betalingsverplichting voor langere duur. 

Private lease is iets anders dan huurkoop

Private lease is GEEN huurkoop. Bij huurkoop wordt de ontvanger van het product uiteindelijk eigenaar van het product. Aan het einde van de betalingsverplichting wordt de auto dus eigendom. Als gevolg hiervan zijn de maandelijkse lasten gedurende de looptijd van de financiële verplichtingen dan ook veel hoger dan bij private lease. Bovendien geldt bij huurkoop in de meeste gevallen dat het onderhoud voor rekening komt van de persoon die het product ontvangt.

De Consumentenbond raadt huurkoop dan ook af. Een minder dure persoonlijke lening is een beter alternatief. De maandelijkse verplichtingen zijn lager dan bij huurkoop en het voertuig is direct eigendom van degene die het product ontvangt. 

Nieuwe regels voor gerechtsdeurwaarders

De gerechtsdeurwaarder opereert op het snijvlak van ambt en ondernemerschap. Om te voorkomen dat er misverstanden ontstaan over de bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de deurwaarder is een wetsvoorstel ingediend bij de Tweede Kamer. Dit wetsvoorstel moet leiden tot verbetering van de kwaliteit en integriteit van de gerechtsdeurwaarders. De wijzigingen zullen vermoedelijk in de loop van 2016 ingaan. De belangrijkste wijzigingen op een rij:

·                Er komt een centraal openbaar register voor gerechtsdeurwaarders.

·                Er komt integraal toezicht op gerechtsdeurwaarders door het Bureau Financieel Toezicht.

·                De mogelijkheden tuchtrechtelijke maatregelen worden aangescherpt.

·                Er komt een duidelijk onderscheid tussen gerechtsdeurwaarders in loondienst bij een gerechtsdeurwaarderskantoor of de gerechtsdeurwaarder die zelfstandig ondernemer is en de kandidaat-gerechtsdeurwaarder die in opleiding is.

·                De eis van onafhankelijkheid wordt in de wet opgenomen.

Vereenvoudiging beslagvrije voet

Staatssecretaris Klijnsma is voornemens medio 2016 het wetsvoorstel voor vereenvoudiging van de beslagvrije voet in te dienen bij de Tweede Kamer.  Het kabinet kiest voor een sterk vereenvoudigd systeem voor de berekening van de beslagvrije voet. Een systeem dat uitgaat van één vast bedrag per leefsituatie en afhankelijk is van een beperkt aantal, eenvoudig vast te stellen gegevens. In de huidige praktijk is er sprake van een complexe en weinig transparante berekening, waarbij de juiste berekening grotendeels afhankelijk is van informatie die door de schuldenaar moet worden verstrekt.  Klijnsma wil dat het nieuwe systeem:

·                Transparant en uitvoerbaar is.

·                Mensen een reëel bestaansminimum biedt.

·                Een evenwichtige balans biedt tussen de belangen van de schuldeisers en de schuldenaar.

·                Voorkomt dat

Laatste update: 07/01/2016 09:28.48