VerbijsterendAdvies.nl
Persoonlijk maatwerk in verzekeringen en financiŽle diensten van De PensioenMakelaar & De HypothekenMakelaar

 

Vragen en antwoorden over de woningschenkingsvrijstelling  
 

Sinds 1 oktober is de vrijstelling voor schenkingen ten behoeve van de eigen woning tijdelijk verruimd tot € 100.000. Die regeling lijkt eenvoudig, maar kan bij verkeerde toepassing vervelende gevolgen hebben. Zo zijn bijvoorbeeld de aard van de hypotheeklening, het huwelijksgoederenregime en eerder ontvangen schenkingen van invloed op de vrijstelling. Wij hebben daarom de belangrijkste  30 vragen en antwoorden over de regeling voor u op een rij gezet. Het blijft echter verstandig u door een adviseur te laten begeleiden.

 

Wat zijn de voor- en nadelen van schenken voor de eigen woning?
Door de schenking en de schenkingsvrijstelling is er een fiscaal voordeel. De schenker bespaart immers box 3-heffing over het bedrag dat geschonken is, en over dat bedrag wordt ook de toekomstige schenk- of erfbelasting bespaard. Daar staat als nadeel tegenover dat de ontvanger voor een kleiner bedrag recht heeft op hypotheekrenteaftrek in box 1.
Vooral in situaties van een familielening moeten de voor- en nadelen goed worden afgewogen. De schenkingsvrijstelling bespaart eenmalig een fors bedrag aan schenk- of erfbelasting, maar de familielening bespaart jaarlijks een bedrag. Afhankelijk van de resterende looptijd kan de familielening in zo’n geval fiscaal voordeliger zijn.
Verder speelt de bijleenregeling een rol; wat nu wordt afgelost mag bij een latere verhuizing niet meer (fiscaal aftrekbaar) worden bijgeleend. Daarnaast moet uiteraard met overige aspecten rekening worden gehouden. Heeft de schenker het geld bijvoorbeeld (op termijn) niet zelf nodig?

Er wordt gezegd dat de verruiming eenmalig is. Wat betekent dat precies?

Eenmalig heeft hierbij een dubbele betekenis:
1. De verruimde vrijstelling geldt maar in één kalenderjaar (2013 of 2014);
2. De ontvanger kan per schenker maar één keer een beroep op de vrijstelling doen.
Het eerste punt betreft het jaar waarin de ontvanger de verruiming wil toepassen.
Op grond van de wetswijziging kan de verruiming in 2014 worden toegepast, en op grond van een besluit van de staatssecretaris kan de verruiming worden toegepast in de periode van 1 oktober 2013 tot en met 31 december 2013. De ontvanger moet tussen die twee mogelijkheden kiezen. Keuze voor 2013 betekent dat de vrijstelling in 2014 niet meer kan worden toegepast, óók niet als in 2014 door een ander wordt geschonken dan in 2013.
Het tweede punt houdt in dat de verruimde vrijstelling maar één keer per schenker mag worden toegepast. Daarbij is van belang dat schenkingen die afkomstig zijn van partners worden samengeteld.

Voorbeelden:
 X doet in 2013 een beroep op de
- verruimde vrijstelling vanwege een schenking van zijn ouders. In 2014 schenkt een oom € 10.000 voor de woning. Op de schenking in 2014 kan niet meer de verruimde vrijstelling worden toegepast.
 X doet in 2014 een beroep op de
- verruimde vrijstelling vanwege een schenking van zijn ouders. In datzelfde jaar schenkt een oom € 10.000 voor de woning. Beide schenkingen vallen in beginsel onder de vrijstelling.

Kan iemand van meer personen € 100.000 belastingvrij ontvangen?

Ja, de vrijstelling geldt per schenker en niet per ontvanger. Als er meerdere schenkers zijn kan de vrijstelling dus meerdere malen worden toegepast. Bijvoorbeeld bij schenking door de ouders, de grootouders, buren, ooms en tantes etcetera.

Geldt de vrijstelling ook voor schenkingen die vóór 1 oktober 2013 zijn gedaan?

De vrijstelling geldt sinds 1 oktober 2013. Schenkingen van vóór die datum komen zeer waarschijnlijk niet voor de vrijstelling in aanmerking, ondanks de zogenoemde samentelregeling (meer schenkingen van één schenker in hetzelfde jaar worden samengeteld). Zelfs als de eerdere schenking is besteed aan de eigen woning lijkt daarvoor géén recht op de vrijstelling te bestaan.

Als de ouders gescheiden zijn, kunnen zij dan elk onbelast
€ 100.000 aan hun kind schenken?

Nee. Als de ouders gescheiden zijn is weliswaar geen sprake meer van fiscaal partnerschap, maar geldt er nog steeds een samentelregeling voor schenkingen aan kinderen. Deze samentelling is gebaseerd op het ouderschap in plaats van op het fiscaal partnerschap. Als beide ouders schenken worden die schenkingen dus samengeteld en kan op het totaalbedrag de vrijstelling worden toegepast. De vrijstelling bedraagt daarbij maximaal € 100.000, en dus niet € 200.000.

Kan naast de verruimde vrijstelling ook nog de reguliere jaarlijkse schenkingsvrijstelling worden toegepast?

Niet altijd. Het hangt er van af welke vrijstelling wordt gebruikt.
Als het kind tussen de 18 en 40 jaar oud is en er nog niet eerder gebruik is gemaakt van de verhoogde vrijstelling voor schenkingen van ouders aan kinderen, is sprake van een verhoging van de reguliere jaarlijkse vrijstelling van € 5.141 tot € 100.000. In dat geval bedraagt de totale vrijstelling dus maximaal € 100.000 en niet € 105.141.
Als het kind tussen de 18 en 40 jaar oud is en er is vóór 2010 al gebruik gemaakt van de verhoogde vrijstelling, dan kan nu nog een beroep worden gedaan op de in 2010 ingevoerde extra verhoging. Deze vrijstelling staat los van de reguliere jaarlijkse vrijstelling, zodat die twee vrijstellingen naast elkaar kunnen worden toegepast. De maximale vrijstelling wordt in dit geval wel verminderd met de al eerder genoten verhoogde schenkingsvrijstelling.
Als gebruik wordt gemaakt van de verruimde vrijstelling voor schenkingen van derden, is sprake van een verhoging van de reguliere jaarlijkse derdenvrijstelling van € 2.057 tot € 100.000. In dat geval mag de derde een ton schenken en mogen de ouders daarnaast nog de reguliere jaarlijkse vrijstelling van € 5.141 schenken
(of € 100.000). Deze vrijstelling geldt ook als er wordt geschonken aan een kind dat buiten de leeftijdscategorie van 18 tot 40 jaar valt.

Kan de schenkingsvrijstelling ook worden gebruikt voor een (gedeeltelijke) kwijtschelding van een eigenwoninglening van de ouders?

Ja. Als de ouders hun kind een lening hebben verstrekt voor de aankoop of verbetering van een eigen woning, valt het kwijtschelden van (een deel van) die schuld ook onder de verruimde vrijstelling.

Kan een werknemer een beroep op de vrijstelling doen voor een van zijn werkgever ontvangen bevoordeling?
Een voordeel dat een werknemer van zijn of haar werkgever ontvangt zal vrijwel altijd als loon worden aangemerkt. Daarop zijn de bepalingen van de loonbelasting van toepassing. De schenkingsvrijstelling geldt daarbij niet.

Geldt de vrijstelling ook als de schenking afkomstig is van een gelieerde BV, zoals de BV van de vader?
Een schenking door een BV aan het kind van de aandeelhouder zal waarschijnlijk worden aangemerkt als een dividenduitkering aan de aandeelhouder, gevolgd door een schenking van die aandeelhouder aan het kind. De vrijstelling zal op die schenking van vader aan kind van toepassing zijn. Het gebruik van de BV kan er dus niet toe leiden dat de vrijstelling twee keer wordt gebruikt, door enerzijds als ouder en anderzijds via de BV te schenken.

Is het voor de toepassing van de vrijstelling verplicht dat de schenking is vastgelegd in een notariële of onderhandse schenkingsakte?

Nee. De voorwaarde van de notariële akte is per 1 januari 2012 vervallen. Formeel is zelfs niet vereist dat de schenking in een onderhandse akte is vastgelegd. Toch is het verstandig om de schenking schriftelijk vast te leggen. De vrijstelling geldt immers niet voor een schenking ter vrije besteding. De schriftelijke overeenkomst komt dan van pas als achteraf moet worden bewezen dat de vereiste bestedingsvoorwaarden aan de schenking zijn gesteld. In bijzondere situaties (bijvoorbeeld als een uitsluitingsclausule wordt toegepast) kan het zelfs verstandig zijn om toch een notariële akte te gebruiken omdat die een sterkere bewijskracht heeft.

Gelden er bijzondere termijnen waar rekening mee moet worden gehouden?
Ja. De verruiming van de vrijstelling tot € 100.000 geldt van 1 oktober 2013 tot
1 januari 2015. Het is dus belangrijk dat de schenking plaatsvindt binnen die periode. Daarbij is van belang dat voor de toepassing van de vrijstelling vereist is dat aan de schenking een opschortende of een ontbindende voorwaarde wordt gesteld.
Als de schenking bedoeld is voor de aankoop van een woning, de aflossing van de woningschuld of voor de afkoop van een recht van erfpacht, moet de opschortende voorwaarde worden opgenomen dat de schenking aan dat doel wordt besteed. Dit heeft tot gevolg dat de schenking fiscaal ook pas plaatsvindt op het moment dat aan die voorwaarde is voldaan. Als die aankoop, aflossing of afkoop pas na 2014 plaatsvindt, is de vrijstelling daarop dus niet van toepassing.
Dit is anders als de schenking is bedoeld voor onderhoud of verbetering van de woning. In dat geval moet namelijk de ontbindende voorwaarde worden opgenomen dat het geld in het schenkingsjaar of in de twee daarop volgende jaren aan dat doel wordt besteed. De vrijstelling blijft daarbij dus ook gelden als het onderhoud pas in bijvoorbeeld 2015 plaatsvindt.

Eerder in 2013 is een schenking aan het kind gedaan onder de reguliere jaarlijkse vrijstelling van € 5.141. Moet die schenking worden verrekend als in 2013 nog de woningvrijstelling wordt gebruikt?

Ja. De verruimde vrijstelling van € 100.000 is feitelijk een verhoging van de reguliere jaarlijkse vrijstelling. De totale vrijstelling bedraagt dus maximaal € 100.000 en niet € 105.141. Daarbij is van belang dat alle schenkingen van dezelfde schenker in hetzelfde jaar worden samengeteld. Als in het voorjaar van 2013 dus al € 5.141 door de ouders is geschonken, bedraagt de vrijstelling voor de woningschenking van de ouders in 2013 nog € 94.859. Als de reguliere vrijstelling in eerdere jaren is benut hoeft daarmee geen rekening te worden gehouden.

Eerder in 2013 is door een derde een schenking aan de ontvanger gedaan onder de reguliere derdenvrijstelling van € 2.057. Moet die schenking worden verrekend als dezelfde derde in 2013 een woningschenking doet?
Ja. Deze situatie is vergelijkbaar met de verrekening van de in hetzelfde jaar gedane reguliere schenking door een ouder aan een kind. Ook de derdenvrijstelling van
€ 2.057 wordt verhoogd tot € 100.000, zodat een schenking van een derde tot maximaal € 100.000 is vrijgesteld en niet tot € 102.057. Als de derdenvrijstelling in eerdere jaren is benut hoeft daarmee geen rekening te worden gehouden.

Het maximale schenkingsbedrag moet worden verminderd met een eventuele eerdere schenking van de verhoogde vrijstelling. Geldt die vermindering altijd?

Nee, de vermindering geldt alleen bij schenkingen van ouder aan kind. Als de ouders in 2011 een schenking ter grootte van de verhoogde vrijstelling hebben gedaan (toen: € 24.144), kunnen zij nu nog maximaal € 100.000 -/- € 24.144 = € 75.856 onbelast schenken. Als daarentegen een tante nu zou willen schenken hoeft die geen rekening te houden met de vermindering, zodat zij € 100.000 kan schenken. Omgekeerd hoeven ouders bij hun schenking geen rekening te houden met de eventuele schenking die een ander heeft gedaan.

In 2011 bedroeg de eenmalig verhoogde vrijstelling maximaal
€ 24.144. Een kind heeft toen € 20.000 van zijn ouders geschonken gekregen. Als de ouders nu weer willen schenken, moet de vrijstelling dan met € 20.000 of met € 24.144 worden verminderd?
De imputatie geldt voor het bedrag dat destijds daadwerkelijk is geschonken (in dit geval: € 20.000). Dit blijkt zowel uit de wettekst als uit voorbeelden in de parlementaire behandeling en op de site van de Belastingdienst.

Geldt de vermindering ook voor schenkingen die vóór 2010 zijn gedaan? Toen bestond namelijk nog niet de extra verruiming van de vrijstelling ten behoeve van de eigen woning.

Ja, ook de schenkingen die gedaan zijn met de verhoogde vrijstelling van vóór 2010, komen in mindering op het vrijstellingsbedrag van € 100.000.

Zoon krijgt van zijn ouders € 100.000 geschonken. De zoon heeft eind jaren ’90 al de eenmalig verhoogde schenkingsvrijstelling van destijds € 20.000 gebruikt. Over welk bedrag is nu schenkbelasting verschuldigd?
Het gaat hier om de vraag of naast de verruimde vrijstelling ook nog gebruik kan worden gemaakt van de reguliere jaarlijkse schenkingsvrijstelling van € 5.141. Bepalend daarvoor is welke vrijstelling wordt toegepast: de verhoogde schenkingsvrijstelling, de aanvullende schenkingsvrijstelling of de derdenvrijstelling. De verhoogde vrijstelling een verhoging van de reguliere jaarlijkse schenkingsvrijstelling, terwijl de aanvullende vrijstelling een separate vrijstelling is. De aanvullende vrijstelling is daardoor gunstiger omdat je daarnaast ook nog de reguliere jaarlijkse vrijstelling mag toepassen.
In dit geval kan de verhoogde vrijstelling niet worden toegepast omdat die eerder al is gebruikt. De zoon kan in dat geval een beroep doen op de aanvullende vrijstelling. Die vrijstelling bedraagt in beginsel € 100.000, maar moet worden verminderd met de eerder genoten schenking van € 20.000. In principe is de vrijstelling dus € 80.000, en mag daarnaast ook nog eens de reguliere vrijstelling van € 5.141 worden toegepast. De totale vrijstelling is dus € 85.141 zodat over een bedrag van € 14.859 schenkbelasting verschuldigd is.
Er geldt echter een belangrijke kanttekening. De aanvullende vrijstelling geldt namelijk alléén als de zoon (of zijn partner) tussen de 18 en 40 jaar oud is. Voldoet hij daar niet aan, dan moet hij een beroep doen op derdenvrijstelling omdat voor die vrijstelling geen leeftijdsgrens geldt. De derdenvrijstelling is (net als de verhoogde vrijstelling) een verhoging van de reguliere vrijstelling. In dat geval bedraagt de vrijstelling dus € 100.000 -/- € 20.000 = € 80.000, zodat er over € 20.000 schenkbelasting moet worden betaald.

Geldt de vrijstelling ook voor een ondernemerswoning?

Nee, de vrijstelling geldt alléén voor woningen in de zin van de eigenwoningregeling van de inkomstenbelasting. De ondernemerswoning valt er dus buiten.

Geldt de vrijstelling voor een box 3-woning?

De vrijstelling geldt alléén voor woningen in de zin van de eigenwoningregeling. Een woning die in box 3 valt komt in beginsel dus niet voor de vrijstelling in aanmerking. De vrijstelling kan echter toch worden toegepast als sprake is van een restschuld. Een restschuld ontstaat als de woning voor de belastingplichtige niet langer kwalificeert als eigen woning (bijv. door verkoop maar ook door verhuizing naar een andere woning), èn de eigenwoningschuld op dat moment groter is dan de opbrengst of waarde van de woning. Voor de aflossing van die restschuld mag de verruimde schenkingsvrijstelling worden gebruikt.

Is de regeling voor restschulden hetzelfde in 2013 als in 2014?
Nee. De schenkingsregeling voor 2013 is gebaseerd op het besluit van de staatssecretaris, terwijl de regeling voor 2014 gebaseerd is op de wet. Alléén voor de wettelijke regeling (dus in 2014) is het begrip ‘restschuld’ uitgebreid tot schulden die vóór 29 oktober 2012 zijn ontstaan. Schenkingen voor oudere restschulden vallen in 2013 in beginsel dus niet onder de vrijstelling. Mogelijk wordt het besluit op dit punt nog aangevuld, maar zolang dat niet is gebeurd is het verstandig om die schulden in 2014 af te lossen.

Geldt de vrijstelling voor een woning in het buitenland?

Ja, de vrijstelling is in beginsel alleen van toepassing op de eigen woning die daadwerkelijk in de heffing van de Nederlandse inkomstenbelasting is betrokken, maar mag ook worden toegepast voor een buitenlandse eigen woning die niet in de Nederlandse heffing wordt betrokken. Het moet daarbij gaan om een eigen woning in een land waarmee Nederland een verdrag ter voorkoming van dubbele belasting heeft afgesloten waarin de uitwisseling van fiscale informatie is geregeld. Bovendien moet de woning voor het kind voldoen aan de uitgangspunten van Nederlandse eigenwoning-definitie.

Is er boeterente verschuldigd als de woningschuld wordt afgelost?
Boeterente kan aan de orde zijn als over de lening een vaste rente verschuldigd is, en die rente hoger is dan de huidige marktrente. Door de vervroegde aflossing mist de bank immers die hogere renteopbrengst over de resterende looptijd van de lening. Om de bank daarvoor te compenseren wordt boeterente in rekening gebracht.
Verschillende banken hebben aangegeven hun boeterente te matigen als gebruik wordt gemaakt van de vrijstelling. Ze doen dat op verschillende manieren; de één rekent geen boeterente voor zover de aflossing betaald wordt uit een vrijgestelde schenking, de ander rekent geen boeterente voor zover de schuld hoger is dan de waarde van de woning.

Geldt de schenkingsvrijstelling ook voor het deel van de schenking dat gebruikt wordt om de boeterente mee te betalen?

Nee, de vrijstelling geldt alleen voor de aangewezen doelen (aankoop woning, verbetering, aflossing schuld etc.). De boeterente is geen aangewezen doel. Een oplossing kan zijn om de lening te splitsen (zie hierna).

Als ik toch boeterente verschuldigd ben, is die dan aftrekbaar in box 1?
Ja, de betaalde boeterente is aftrekbaar in box 1.

Er wordt gezegd dat de schenking niet over twee (of meer) jaren mag worden gesplitst. Klopt dat?

Het spreiden van de tijdelijk verhoogde vrijstelling over het 2013 en het jaar 2014 is niet mogelijk. Binnen de periode van 1 oktober 2013 tot en met 31 december 2014 wordt voor één kalenderjaar de (extra) verhoogde vrijstelling verhoogd tot
€ 100.000. Dit biedt geen ruimte om deze vrijstelling te spreiden over twee kalenderjaren. Mogelijk kan effectief toch een splitsing worden bereikt door in 2013 een deel van de banklening af te lossen met een lening van de ouders. Vervolgens schelden de ouders die schuld in 2014 kwijt en schenken zij aanvullend voor de verdere aflossing van de lening bij de bank.

Is splitsing van de schenking wel mogelijk bij schenking aan een kind dat tussen de 18 en 40 jaar oud is?
Ja. Een kind tussen 18 en 40 jaar mag het bedrag van € 100.000 in twee verschillende kalenderjaren ontvangen: vóór 1 januari 2014 maximaal € 51.407 en
€ 48.593 in kalenderjaar 2014.
Bij deze doelgroep kan ook nog op een andere manier gesplitst worden, namelijk niet over twee jaren maar over de bestedingsdoelen. In 2013 kan bijvoorbeeld maximaal € 24.767 worden geschonken onder de ‘normale’ verhoogde vrijstelling (tenzij die al is benut), zonder dat dit bedrag aan de eigen woning hoeft te worden besteed. In aanvulling daarop kan maximaal € 75.233 worden geschonken dat wél aan de woning moet worden besteed.

Kan het huwelijksgoederenregime van invloed zijn op de toepassing van de vrijstelling?
Ja. In de parlementaire behandeling is het voorbeeld gegeven van een echtpaar waarbij de woning en de woningschuld tot het privévermogen van de man behoren, terwijl de vrouw de schenking ontvangt. Volgens de staatssecretaris is in dat geval de vrijstelling niet van toepassing omdat de vrouw juridische geen eigenwoningschuld heeft.
Een oplossing hiervoor kan zijn om aan de man te schenken, en de man vervolgens tot hetzelfde bedrag een schenking aan de vrouw te laten doen, onder de opschortende voorwaarde van echtscheiding.

Kan de schenking van invloed zijn op de vermogensverhouding tussen de partners?

Ja. Als de ontvangen schenking tot het privévermogen van een van de partners behoort (doordat een uitsluitingsclausule geldt) maar wordt gebruikt voor de tot het gezamenlijke vermogen behorende woning, kan dat invloed hebben op de civiele vermogensverhouding tussen de partners. Op grond van het Burgerlijk Wetboek krijgt de inbrengende partner in zo’n situatie een vergoedingsvordering op de andere partner. De inbrengende partner wordt daardoor voor een groter deel gerechtigd tot de woning. De partners kunnen bij overeenkomst afwijken van de wettelijke vergoedingsregeling.

Kunnen beide ouders hun kind € 100.000 schenken onder de vrijstelling?
Nee, schenkingen door ouders in hetzelfde kalenderjaar worden als één gezamenlijke schenking gezien zodat daarop slechts één keer de vrijstelling van toepassing is. Ook splitsen over 2013 en 2014 is niet mogelijk, omdat de verruimde vrijstelling immers maar in één kalenderjaar kan worden toegepast.
Dit geldt ook als de ouders op huwelijkse voorwaarden zijn gehuwd en zelfs als zij zijn gescheiden. De samentelling is namelijk gebaseerd op het ouderschap en niet op het partnerschap van de ouders.

Kan de vrijstelling ook worden toegepast als de ontvanger een spaar- of beleggingshypotheek heeft in de vorm van een kapitaalverzekering?

In beginsel kan de vrijstelling worden gebruikt voor de aflossing van elke erkende eigenwoningschuld. Het is echter niet voordelig om de schenkingsvrijstelling te gebruiken als voor de aflossing van de woningschuld een kapitaalverzekering eigen woning is afgesloten. Door de aflossing van de schuld zal de latere uitkering van de kapitaalverzekering namelijk hoger zijn dan de op dat moment bestaande eigenwoningschuld. Voor zover daarbij de uitkering de eigenwoningschuld overtreft wordt de uitkering belast in box 1.
Die heffing zou kunnen worden beperkt door de looptijd van de kapitaalverzekering te verkorten, maar dat is meestal fiscaal niet toegestaan omdat minimaal 15 of 20 jaar premie moet zijn voldaan.
Een alternatief is om een extra storing in de kapitaalverzekering te doen. Zo’n storting kwalificeert echter niet als aflossing, zodat daarvoor niet de schenkingsvrijstelling kan worden gebruikt.
Specifiek voor de spaarrekening eigen woning en het beleggingsrecht eigen woning geldt nog dat aflossing van de corresponderende eigenwoningschuld kan leiden tot een fictieve deblokkering.


Hoewel dit artikel zeer zorgvuldig is samengesteld, kunnen de betrokkenen bij de samenstelling en uitgave geen aansprakelijkheid aanvaarden voor eventuele onjuistheden of onvolledigheden.

Bron: Alfa Accountants  Fiscalist Bart Schuver  13 december 2013 

DeHypothekenMakelaar.nl  



Laatste update: 04/03/2014 09:42.33