VerbijsterendAdvies.nl
Persoonlijk maatwerk in verzekeringen en financiŽle diensten van De PensioenMakelaar & De HypothekenMakelaar

Te weinig en/of te laat BTW betalen strafbaar vanaf 1 januari 2014

Samenvatting
Doet u (wel eens) een zogenoemde ‘btw-nihilaangifte’ wanneer u niet tijdig over alle relevante gegevens voor het indienen van de btw-aangifte beschikt? Vanaf 1 januari 2014 is dat in beginsel een strafbaar feit en kan degene die opzettelijk een op aangifte te betalen btw-bedrag niet, gedeeltelijk niet dan wel te laat betaalt, worden gestraft met gevangenisstraf of een geldboete. Omdat het strafbare feit het niet of niet tijdig betalen is, geldt die strafbaarheid niet voor aangiften die in een teruggaaf resulteren.

Volledig artikel
Ondernemers die (wel eens) een zogenoemde ‘btw-nihilaangifte’ indienen omdat zij op het moment dat de btw-aangifte moet worden ingediend en de verschuldigde btw moet worden betaald, (nog) niet over de juiste of complete gegevens hiervoor beschikken moeten rekening houden met nieuwe wetgeving. In de praktijk werd dan wel eens een zogenaamde ‘btw nihilaangifte’ ingediend die dan zo snel mogelijk werd gevolgd door een juiste aangifte.

Wij raden ondernemers die in een ‘te betalen btw’-positie verkeren af om deze handelwijze te blijven volgen. Vanaf 1 januari 2014 is zowel het te laat indienen van de aangifte als het te laat betalen van de btw als strafbaar feit aangemerkt. Dat laatste is nieuw. Vanaf 1 januari 2014 kan degene die opzettelijk een op aangifte te betalen btw-bedrag niet, gedeeltelijk niet dan wel te laat betaalt, worden gestraft met gevangenisstraf of een geldboete. Omdat het strafbare feit het niet of niet tijdig betalen is, geldt die strafbaarheid niet voor aangiften die in een teruggaaf resulteren (of voor ‘echte’ nihilaangiften).

Deze strafbaarheid is niet aan de orde indien -in plaats van een ‘btw-nihilaangifte’ in te dienen- een aangifte naar een (niet te laag) geschat bedrag wordt gedaan en de ontvanger (en dus niet de inspecteur) tijdig om uitstel van betaling van dit bedrag wordt verzocht. Verder moeten ondernemers dan deze nihilaangifte tijdig (over het algemeen binnen zes weken) aanvullen met een juiste aangifte.

Vóór 1 januari 2014 was het niet of niet tijdig doen van een btw-aangifte zelf ook al strafbaar gesteld, maar het recht op strafvervolging verviel in deze gevallen wanneer alsnog een juiste en volledige aangifte werd gedaan. Deze bepaling voor de aangifte blijft overigens onverkort van kracht. Een onjuiste aangifte kan derhalve nog steeds worden hersteld door een juiste en volledige aangifte. De te late betaling kan echter niet meer worden hersteld.

Bron: PWC belastingadvies 23 januari 2014 Belastingpakket 2014, Aanpassingen Algemene Wet inzake Rijksbelastingen

VerbijsterendAdvies.nl

Europese Hof oordeelt dat kortingen voor prestaties die een ander verricht de eigen heffingsmaatstaf niet verminderen

23 januari 2014

Samenvatting

Op 16 januari 2014 oordeelde het Europese Hof van Justitie dat kortingen die op eigen naam en voor eigen rekening worden verleend door een tussenpersoon aan de afnemer van een prestatie die rechtstreeks door de dienstverrichter wordt verricht, NIET in mindering kunnen worden gebracht op de maatstaf van heffing voor de btw. (!)

Volledig artikel

In een aan het Europese Hof van Justitie voorgelegde zaak was sprake van een tussenpersoon die provisie in rekening bracht voor het ondersteunen van de verkoop van diensten die door de daadwerkelijke dienstverrichters rechtstreeks aan derden werden verricht. Deze tussenpersoon kende op eigen kosten kortingen aan deze derde afnemers toe. De tussenpersoon wilde, voor het berekenen van de verschuldigde btw over haar bemiddelingsprestaties, de bedragen van deze kortingen in mindering brengen op de door haar in rekening gebrachte provisies. Het HvJ heeft op 16 januari 2014 bepaald dat dat niet kan op grond van de Europese btw-regelgeving, aangezien deze korting niet als korting op de eigen provisiedienst aan de dienstverrichter wordt aangeboden en ook niet wordt aangeboden in een ‘keten van transacties’ waarbij de eindverbruiker de afnemer is van de door de tussenpersoon verrichte prestaties – de eindverbruiker nam namelijk slechts de dienst van de dienstverrichter af.

In Nederland beslisten gerechtelijke instanties al eerder in deze zin met betrekking tot cash-backs die werden verleend door telecomaanbieders. Het arrest van het HvJ bevestigt de juistheid van deze uitspraken.
 
Bron: Hof van Justitie EU, 16 januari 2014, C-300/12 (Ibero Trours GmbH)

 

 



Laatste update: 24/01/2014 11:20.13