VerbijsterendAdvies.nl
Persoonlijk maatwerk in verzekeringen en financiŽle diensten van De PensioenMakelaar & De HypothekenMakelaar

Relatiescheiding verdeling lasten / IB-aftrek en kamerverhuur

Inleiding
Één van mijn kerntaken is het begeleiden van mensen die besloten hebben om te gaan scheiden. In dat kader had ik laatst een gesprek met een gehuwd stel die ook het voornemen hadden om te gaan scheiden. In dit artikel is M de man en V is de vrouw. M en V zijn gehuwd in gemeenschap van goederen. Zoals bij zoveel scheidingen is de eigen woning een heikel punt. M en V hebben afgesproken dat V voorlopig in de woning blijft wonen. M vertrekt, maar hij blijft voorlopig wel de totale hypotheekrente betalen. Ik heb ze vervolgens uitgelegd hoe nu fiscaal de regels zijn omtrent de aftrek van de hypotheekrente. Hierbij zijn de volgende uitgangspunten van toepassing.

  •     De woning heeft een WOZ- waarde van € 400.000. Het eigenwoningforfait (0,7%) bedraagt € 2.800.
  •     De hoogte van de hypotheekschuld (vallend onder het overgangsrecht) is € 400.000.
  •     Er wordt een hypotheekrente betaald van (5%) € 20.000.
  •     De man heeft een inkomen van € 150.000.
  •     De vrouw heeft een inkomen van € 50.000.

Renteaftrek eigen woning na vertrek van één van de partners
Wanneer M in verband met de komende (echt)scheiding definitief vertrokken is dan hebben, vanaf dat moment, zowel V als M recht op hun deel van de rente aftrek en zal bij ieder ook de helft van het eigenwoningforfait als voordeel eigen woning worden bijgeteld.

 

In deze situatie betaalt M de volledige hypotheekrente. De helft is voor hem gedurende twee jaren nog aftrekbaar als eigen woningrente, omdat de woning gedurende die periode voor hem fictief nog als een eigen woning wordt gezien. Hij heeft ook de eigenwoningforfait bijtelling over zijn deel van de woning. Vervolgens heeft hij een aftrekpost gelijk aan de helft van het eigenwoningforfait, omdat er sprake is van gebruik door zijn partner van zijn deel van de woning. Als laatste mag hij ook het andere, niet fiscaal aftrekbare, deel van de hypotheekrente dat hij betaalt fiscaal in aftrek brengen als alimentatie en wordt dat deel bij zijn ex- partner belast. In de casus trekt M dus € 10.000 af als alimentatie en wordt bij V, € 10.000 als periodieke inkomsten opgegeven.      

Tot zover was het allemaal duidelijk, maar toen maakte V een opmerking die het verhaal gecompliceerder maakt. “ik hoop alleen dat dit geen vervelende consequenties heeft voor Elsje”. Omdat ik deze opmerking niet begreep vroeg ik haar om uitleg.

V vertelde mij dat al hun kinderen het huis uit zijn. Nu de woning te groot was geworden, hebben zij de bovenverdieping verhuurd aan Elsje, een student medicijnen. Zij betaalt daarvoor € 350 per maand aan huur.

Kamerverhuurvrijstelling
Wanneer een deel van de eigen woning wordt verhuurd en de opbrengst hiervan niet meer bedraagt dan € 4.748 (2014)[7]
per jaar dan blijft voor de volledige woning de eigenwoningregeling van toepassing. Dit houdt dan weer in dat de huurinkomsten onbelast ontvangen kunnen worden en de volledige hypotheekrente fiscaal aftrekbaar is.

Wanneer wij echter het betreffende artikel over de kamerverhuurvrijstelling goed lezen dan staat daar dat de woning de belastingplichtige als hoofdverblijf ter beschikking moet staan.

In deze casus is M definitief vertrokken uit de woning. Hetgeen betekent dat de woning hem niet meer als hoofdverblijf ter beschikking staat.  Ook de fictie van artikel 3.111 lid 4 Wet IB 2001 regelt niet dat de woning voor M als hoofdverblijf ter beschikking staat. Het gevolg hiervan is dat voor M de kamerverhuurvrijstelling niet meer van toepassing is. Zijn deel van de woning dat verhuurd wordt aan Elsje verhuist naar Box 3 Het gevolg van het verhuizen van dit deel is dat de hypotheekrente over dit deel van de woning niet meer aftrekbaar is. Voor V blijft de kamerverhuurvrijstelling van toepassing, omdat de woning nog bij haar als hoofdverblijf tot haar beschikking staat.

Kortom: het wordt fiscaal allemaal veel complexer.

Bron: Gertjan Portman werkt bij de VvAA. Financiële dienstverlener voor medisch Nederland. Daar is hij inhoudelijk verantwoordelijk voor alles wat met financiële planning te maken heeft. Hij heeft zich binnen VvAA gespecialiseerd in de begeleiding bij echtscheiding alsmede nalatenschapsplanning.

Daarnaast is hij als zelfstandige werkzaam als docent en geeft trainingen voor de reguliere FFP opleiding, permanente educatie en diverse masterclasses.  

DeHypothekenMakelaar.nl


[1] Artikel 3.112 Wet IB 2001
[2]
Artikel 3.101 lid 2 Wet IB 2001
[3]
Artikel 6.3 lid 2 Wet IB 2001
[4]
Artikel 3.111 lid 4 Wet IB 2001
[5]
Artikel 3.101 lid 1 Wet IB 2001
[6]
Artikel 6.3 lid 1 Wet IB 2001
[7]
Artikel 3.114 Wet IB 2001



Laatste update: 18/01/2014 13:00.56