VerbijsterendAdvies.nl
Persoonlijk maatwerk in verzekeringen en financiŽle diensten van De PensioenMakelaar & De HypothekenMakelaar

Hypotheekrenteaftrek bij anti-kraak beoordeeld

 

De Hoge Raad heeft een uitspraak gedaan in een geschil tussen belanghebbende en de Belastingdienst over de hypotheekrenteaftrek van een woning, waarvan de eigenaar wegens tijdelijke uitzending de woning door een kraakwacht heeft laten bewonen.

 

De Belastingdienst stelde zich op het standpunt dat de hypotheekrente niet aftrekbaar was, doordat belanghebbende de woning aan een derde ter beschikking had gesteld in de zin van artikel 3.111, lid 6, letter a, van de Wet IB 2001, met als gevolg dat die woning (al dan niet tijdelijk) niet kon worden aangemerkt als eigen woning van belanghebbende.

 

Voor het Hof was eerder in geschil of belanghebbende de woning met ingang van 25 september 2007 aan een derde ter beschikking heeft gesteld in de zin van artikel 3.111, lid 6, letter a, van de Wet IB 2001, met als gevolg dat die woning sindsdien niet kan worden aangemerkt als eigen woning van belanghebbende.

 

Het Hof heeft die vraag ontkennend beantwoord. Daartoe heeft het overwogen dat de kraakwacht geen huurbescherming geniet en het pand zal (moeten) verlaten op het moment dat belanghebbende dat noodzakelijk acht, dat belanghebbende gedurende de uitzending de volledige beschikkingsmacht over de woning heeft behouden, dat de woning gedurende die periode haar tot gebruik ter beschikking stond, en dat zij ook daadwerkelijk in die periode de woning meerdere keren heeft gebruikt. De bewoning door de kraakwacht moet dan naar het oordeel van het Hof worden aangemerkt als een bewoning ten behoeve van belanghebbende. Van een terbeschikkingstelling van de woning aan derden is onder deze omstandigheden geen sprake, aldus nog steeds het Hof.

 

Van zodanige verhuur aan of gedoogd gebruik van derden is geen sprake in een geval als het onderhavige waarin, naar de in cassatie niet bestreden vaststelling van het Hof, met een derde is overeengekomen dat hij zorg zal dragen dat de woning niet wordt gekraakt, en deze derde, behoudens een beperkte bijdrage in de energiekosten, geen vergoeding hoeft te betalen voor het daarmee gepaard gaande verblijf in de woning en hij de woning zal moeten verlaten zodra de eigenaar dat noodzakelijk acht. Dat die zogenoemde kraakwacht in het kader van de met hem overeengekomen werkzaamheid verblijf houdt in de woning, doet daaraan niet af.

 

Bron: Rechtspraak.nl

DeHypothekenMakelaar.nl 12062013

 

Bewoning door kraakwacht leidde niet tot verlies hypotheekrenteaftrek eigen woning

 

 

Samenvatting

Het door een kraakwacht tijdelijk laten bewonen van de eigen woning leidt onder omstandigheden niet tot het verlies van de kwalificatie ‘eigen woning’ met onder meer een eventueel verlies van hypotheekrenteaftrek tot gevolg. Dit blijkt uit een recent arrest van de Hoge Raad. De beslissing van de Hoge Raad ligt overigens in lijn met een standpunt van de staatssecretaris van Financiën uit een beleidsbesluit van 21 juni 2002.

 

Volledig artikel

Het door een kraakwacht tijdelijk laten bewonen van de eigen woning leidt onder omstandigheden niet tot het verlies van de kwalificatie ‘eigen woning’ met onder meer een eventueel verlies van hypotheekrenteaftrek tot gevolg. Dit blijkt uit een recent arrest van de Hoge Raad.

 

In de onderhavige procedure had de eigenaresse van de woning, gedurende haar uitzending naar het buitenland door haar werkgever van 1 september 2007 tot 1 april 2010, haar woning tijdelijk door een student laten bewonen. De reden hiervoor was om te voorkomen dat de woning gedurende haar afwezigheid zou worden gekraakt of ingebroken. De student bewoonde een logeerkamer, betaalde geen huur maar een bijdrage in de energiekosten van € 1.250 voor een periode van tweeënhalf jaar en zou de woning weer moeten verlaten zodra de eigenaresse dat noodzakelijk achtte. De kraakwacht liet zich op 25 september 2007 in de gemeentelijke basisadministratie op het adres van de woning inschrijven. Gedurende haar afwezigheid is de eigenaresse nog enige malen teruggekeerd naar haar woning, mede in verband met haar werkzaamheden. De inspecteur was van mening dat er in fiscale zin vanaf 25 september 2007 geen sprake meer was van een ‘eigen woning’, omdat de woning aan een derde ter beschikking was gesteld.

 

De Hoge Raad was het niet met de inspecteur eens. Een woning die door de eigenaar niet meer als hoofdverblijf wordt gebruikt, maar voorheen wel, kan onder voorwaarden toch als een eigen woning kwalificeren. Een van die voorwaarden is dat de woning niet aan een derde ter beschikking wordt gesteld. Uit de wetsgeschiedenis maakte de Hoge Raad op dat daarmee wordt bedoeld dat de woning niet wordt verhuurd en ook niet wordt gedoogd dat de woning door derden wordt bewoond. Voor een situatie als in de onderhavige is geen sprake van een ter beschikking stellen aan een derde. De Hoge Raad zag voor zijn beslissing ook aanknopingspunten bij de wetsgeschiedenis van enige andere bepalingen over de eigen woning, en wel voor situaties van leegstand van de eigen woning in afwachting van verkoop of verbouwing. Voor deze situaties was opgemerkt dat bewoning door een kraakwacht niet leidt tot het ter beschikking stellen van de woning aan een derde.

 

De beslissing van de Hoge Raad ligt overigens in lijn met een standpunt van de staatssecretaris van Financiën uit een beleidsbesluit van 21 juni 2002.

 

Bron: PWC Belastingnieuws 12 juni 2013 / Hoge Raad, 7-6-2013, nr. 12/05459.

DeHypothekenMakelaar.nl  

 



Laatste update: 13/06/2013 09:36.44