VerbijsterendAdvies.nl
Persoonlijk maatwerk in verzekeringen en financiŽle diensten van De PensioenMakelaar & De HypothekenMakelaar

Eigen woning en scheiding

 

Minister Blok voor Wonen en Rijksdienst heeft vragen beantwoord van de Tweede Kamerleden Knops en Omtzigt (beiden CDA) over problemen die het gevolg zijn van huidige regelgeving met betrekking tot hypotheekrenteaftrek die kunnen optreden voor mensen met een eigen woning die in scheiding liggen. De minister deelt mee dat hij er zich van bewust is dat ook mensen die gaan scheiden last kunnen hebben van het feit dat woningen minder waard zijn geworden en dat ook zij met een restschuld geconfronteerd kunnen worden. Het kabinet heeft evenwel een aantal maatregelen getroffen om die mensen te kunnen helpen.

 

Op de eerste plaats is in de Tijdelijke regeling hypothecair krediet een uitzondering opgenomen voor het meefinancieren van restschulden, waardoor financiële instellingen ruimte hebben om deze mee te financieren in de hypotheek voor een nieuwe woning.

 

Op de tweede plaats zal, door de geleidelijke afbouw van de Loan-to-value-norm, in de toekomst de hoogte van de schuld bij aankoop niet meer uitgaan boven de aankoopwaarde van de woning en wordt het restschuldrisico in de eerste jaren sterk verminderd.

 

Ten derde is in de Gedragscode Hypothecaire Financiering bepaald dat de schulden in verband met de eigen woning niet meer dan 50% aflossingsvrij mogen zijn wat het risico van ‘onder water staan' verkleint.

 

Op de vierde plaats is in de Wet herziening fiscale behandeling eigen woning voorzien in een tijdelijke fiscale aftrek voor rente van restschulden, zodat de nettolasten daarvan lager worden.

 

Verder is voorzien in uitzonderingen op de minimum looptijd voor een vrijgestelde KEW kapitaalverzekering eigen woning, SEW spaarrekening eigen woning, of BEW beleggingsrecht eigen woning voor gevallen van echtscheiding (en beëindiging van fiscaal partnerschap) en in het geval van restschulden. Hierdoor kunnen belastingplichtigen die gaan scheiden en die naast een aflossingsvrije lening een bedrag hebben gespaard, deze gespaarde gelden vroegtijdig opnemen en gebruiken voor aflossing van de eigenwoningschuld, zonder dat over de opname van die gespaarde gelden belasting verschuldigd is.

 

Bron: KluwerPlein 04042013

DeHypothekenMakelaar.nl

 

Vervallen eis 15/20 jaar premiebetaling KEW

02 januari 2013 - De staatssecretaris van Financiën besluit dat de 15- en 20 jaar-eis  voor de kapitaalvrijstelling  eigen woning (KEWin specifieke situaties kan vervallen. Hetzelfde geldt voor een spaarrekening eigen woning (SEW) of een beleggingsrecht eigen woning (BEW). In het besluit is een bijzonder rol weggelegd voor de verzekeraar of bank.

 

Voorwaarden vrijstelling KEW

Als een uitkering uit een KEW, SEW of BEW (hierna: KEW) meer bedraagt dan de betaalde inleg is het voordeel belast. Dit geldt niet voor zover de hoge of lage vrijstelling van inkomstenbelasting (in 2013 € 157.000 resp. € 35.700) van toepassing is. Eén van de voorwaarden voor de lage vrijstelling is dat een belastingplichtige tenminste 15 jaar jaarlijks premie betaalt voor de verzekering of een bedrag inlegt voor de spaarrekening of het beleggingsrecht. Na 20 jaar premiebetaling of inleg geldt de hoge vrijstelling.


Als een KEW tot uitkering komt voordat deze termijnen zijn verstreken, moet de belastingplichtige belasting betalen over het rentebestanddeel in de uitkering. Het rentebestanddeel bestaat uit de uitkering verminderd met de in totaal betaalde premies of inleg. Wanneer het bedrag van de betaalde premies of inleg hoger is dan de uitkering hoeft dus geen inkomstenbelasting te worden betaald en gebruikt de belastingplichtige geen vrijstelling. Een belastingplichtige die zijn eigen woning verkoopt en verhuist naar een huurwoning, kan onder bepaalde voorwaarden gebruikmaken van de vrijstellingen ook al voldoet hij niet aan de voorwaarde van 15 dan wel 20 jaar premiebetaling.

 

Afkoop KEW

Afkoop van een KEW kan fiscale gevolgen hebben. Belastingplichtigen die in een moeilijke financiële situatie zitten, hebben echter vaak geen andere mogelijkheid dan afkoop. Dit kan in de volgende situaties spelen:

 

  • Echtscheiding of beëindiging van fiscaal partnerschap;
  • De verkoopprijs van de vorige woning is onvoldoende om de eigenwoningschuld volledig af te lossen; 
  • De belastingplichtige maakt gebruik van een vorm van schuldhulpverlening.
  •  

De minister voor Wonen en Rijksdienst zegde toe dat in een beleidsbesluit zal worden geregeld dat in deze specifieke gevallen de vrijval van KEW-kapitaal met toepassing van de vrijstelling mogelijk moet zijn.


Goedkeuring en voorwaarden

Als in de hierboven genoemde situaties de KEW vervroegd geheel of gedeeltelijk tot uitkering komt en niet tenminste 15 dan wel 20 jaar jaarlijks premies zijn voldaan of een bedrag is ingelegd, kan de hoge vrijstelling toch van toepassing zijn. De overige eisen die de Wet IB 2001 stelt aan de vrijstellingen blijven overigens wel van toepassing. Dat wil zeggen dat de belastingplichtige tot het tijdstip van gehele of gedeeltelijke uitkering jaarlijks binnen de vereiste bandbreedte van 1:10 premie of inleg heeft betaald. Daarnaast moet met de afkoopsom de eigenwoningschuld zoveel mogelijk worden afgelost.

 

Procedure

De belastingplichtige die met een beroep op het besluit zijn KEW tot uitkering wil laten komen, moet aan de verzekeraar of bank aannemelijk maken dat hij zich in een van de hierboven genoemde situaties bevindt. Dit heeft tot gevolg dat die bank of verzekeraar aan de Belastingdienst doorgeeft dat uitkering (mogelijk) een onbelaste uitkering van een KEW is. In andere dan de in het besluit genoemde situaties kan een belastingplichtige zich wenden tot de belastingdienst. De belastingdienst zal dan beoordelen of in die situaties ook de in dit besluit genoemde tegemoetkoming kan worden verleend.

 

Conclusie

Al bij de publicatie van het Belastingplan 2013 op Prinsjesdag kwam de mogelijke versoepeling van de eis van minimale premiebetaling voor een KEW aan de orde (zie onze Prinsjesdagspecial). Ook in de Tweede Kamer spraken de leden met de minister over deze mogelijkheid (zie ons artikel van 16 november 2012). Uit het besluit van eind vorig jaar blijken de voorwaarden waaronder onbelast kan worden uitgekeerd.

 

Opvallend is de rol die de verzekeraar of bank in het besluit krijgt toebedeeld. Die moeten toetsen of aannemelijk is gemaakt of aan de voorwaarden uit het besluit is voldaan. Dat is naar onze mening onnodig. Het heeft geen toegevoegde waarde en zorgt voor een verhoging van de administratieve lasten. Wanneer een belastingplichtige besluit om een KEW af te kopen, informeert de uitvoerder hem over de mogelijke fiscale gevolgen. Wanneer hij, geïnformeerd over deze gevolgen, toch besluit om af te kopen, is dat zijn eigen verantwoordelijkheid. Of de afkoop onbelast is omdat deze onder de voorwaarden van het besluit valt, moet de belastingplichtige met de belastingdienst uitmaken. De uitvoerder is hierin geen partij. Als de uitvoerder werkelijk moet toetsen, betekent dat een aanpassing en verzwaring van de processen en moeten verklaringen van belastingplichtigen gecontroleerd worden. Met alle correspondentie en mogelijke discussies van dien. Waarbij wij ons afvragen of belastingplichtigen er wel zo happig op zijn om alle details van hun financiële problemen te delen met de uitvoerder van de KEW. De toetsing door de uitvoerder is overigens van beperkte waarde omdat de belastingdienst hierin toch het laatste woord heeft. Wij roepen de staatssecretaris op om dit onderdeel van het besluit te herzien.

 

Auteur: Erik Schouten, adviseur AEGON Adfis

Bron: Besluit Vervallen tijdklemmen in specifieke situaties, nr. BLKB2012/1977M, 20 december 2012, Staatscourant 2012 nr. 26844, 28 december 2012.

 



Laatste update: 08/04/2013 10:09.13