VerbijsterendAdvies.nl
Persoonlijk maatwerk in verzekeringen en financiŽle diensten van De PensioenMakelaar & De HypothekenMakelaar

Aftrek hypotheekrente na scheiden: geen aftrek rentedeel eigen woning ex-partner omdat deze kosten niet aantoonbaar op haar drukken

 

V heeft in 2007 met haar toenmalige partner M samen (ieder voor de onverdeelde helft) een eigen woning gekocht. De woning is met een hypothecaire lening gefinancierd. In 2008 heeft M de woning verlaten. In haar aangifte inkomstenbelasting over 2008 heeft V alle hypotheekrente afgetrokken en het gehele eigenwoningforfait opgegeven. De belastinginspecteur weigert deze aftrek. Volgens de inspecteur kan V in casu slechts de helft van de rente aftrekken.

 

De rechtbank volgt het standpunt van de inspecteur. V heeft niet aannemelijk gemaakt dat de kosten van de woning voor meer dan de helft op haar hebben gedrukt. Verder is V juridisch slechts voor de helft eigenaar van de woning. Gelet op de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheekschuld drukken bovendien de kosten voor de helft op M. Nu niet aannemelijk is geworden dat partijen hebben afgesproken dat V alle rente voor de woning zou betalen, is slechts de helft van de eigenwoningrente bij haar aftrekbaar.

 

Arends acht het oordeel van de rechtbank juist. Uit artikel 3.121 Wet IB 2001 volgt dat als twee belastingplichtigen die geen partner van elkaar zijn samen een woning hebben, de aftrek van de kosten wordt bepaald door het aandeel in de schulden die zij zijn aangegaan ter verwerving van de woning. In casu drukte de rente van de eigenwoningschuld slechts voor 50% op V. Omdat V alle rente had betaald voor de eigen woning, had zij voor de andere 50% regres moeten proberen te halen op haar ex-partner.

 

Arends wijst erop dat partijen in het jaar waarin de samenwoning werd verbroken ook nog hadden kunnen kiezen voor ‘voljaarspartnerschap’ (zie artikel 2.17 lid 7 Wet IB). Nog beter zou zijn geweest indien partijen afspraken op papier hadden gezet en waren overeengekomen dat, in het kader van alimentatie, de achterblijvende echtgenoot alle kosten van de woning voor diens rekening zou nemen. Fiscaal zou dan, door de aftrekbaarheid van de alimentatieverplichting, per saldo ook de gehele rente bij V in aftrek komen. Bij de vertrokken partner M zou de helft van de renteaftrek (artikel 3.111 lid 4 Wet IB 2001) wegvallen tegenover de ontvangen alimentatie.

 

De les die uit de onderhavige uitspraak kan worden getrokken, is dat partijen na een echtscheiding of verbreking van de samenwoning er goed aan doen om tijdig een regeling te treffen met betrekking tot de kosten voor de eigen woning.

 

Bron: SDU 04-02-2013 ScherpinFamilierecht / Rechtbank Breda, 31 augustus 2012, LJN BX9475

NTFR 2013/68 (JB)

DeHypothekenMakelaar.nl

 



Laatste update: 05/02/2013 17:48.54