VerbijsterendAdvies.nl
Persoonlijk maatwerk in verzekeringen en financiŽle diensten van De PensioenMakelaar & De HypothekenMakelaar

Oudere werknemers TOP, maar te oud, te duur, te veel vrij, te inflexibel en dus ongewenst, en de oplossing is ...

 

Om iedereen straks aan het werk te kunnen houden, moeten de te hoge salarissen en cao-voordeeltjes voor senioren op de schop. Oudere werklozen komen niet aan de bak, veel werknemers op leeftijd worden weggekeken. Riante vertrekregelingen, een overdaad aan rechten en afgenomen productiviteit maken ouderen impopulair, in een tijd dat het nieuwe ontslagrecht de arbeidsmarkt in beweging moet krijgen. Alleen wie specifieke kennis heeft, is immuun….

 

Ze zijn loyaal, betrouwbaar, sociaal vaardig en stabiel. Ze hebben een schat aan ervaring, inlevingsvermogen en verantwoordelijkheidsgevoel: vijftigplussers zijn, als je de brochure "De ervaren helden voor de arbeidsmarkt" van uitkeringsinstantie en werkbemiddelaar UWV mag geloven, de parels van de werkvloer. ..

 

Je zou er wantrouwend van worden: goede wijn behoeft immers geen krans. Al jaren worden oudere werknemers op deze manier gepromoot, maar werkgevers zijn er nauwelijks van onder de indruk.

Wie zijn baan kwijtraakt, kan maar beter niet ouder zijn dan vijftig. Boven die leeftijd is de kans klein om weer aan de bak te komen. Van de oudere werklozen zat vorig jaar bijna de helft al langer dan een jaar zonder baan, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Slechts één op de vijf werkloze vijftigplussers vindt volgens het UWV binnen een half jaar een baan. Gemiddeld zijn ze veertien maanden werkloos, dubbel zo lang als jongeren. Slechts 2 procent van de vacatures wordt ingevuld door een 55-plusser.


Dat oudere werklozen moeilijk aan een baan komen, is niet nieuw. Wel nieuw is dat er steeds meer ouderen zijn en dat ‘we’ langer moeten doorwerken. Vut- en vroegpensioenregelingen, die het aantrekkelijk maakten om eerder te stoppen met werken, werden de afgelopen jaren afgeschaft. De gemiddelde pensioenleeftijd steeg mede hierdoor van 61 jaar in 2006 naar 63 in 2011. Onlangs besloot de Tweede Kamer om de AOW-leeftijd stapsgewijs te verhogen van 65 naar 67 jaar (zie ‘Waarom langer doorwerken?’ op pagina 46). Onder vijftigplussers leiden deze maatregelen tot verontwaardiging. ‘Prima dat we langer moeten doorwerken, maar hoe doe je dat als niemand je wil hebben?’

Die vraag is des te urgenter omdat de werkloosheid al een jaar gestaag toeneemt: van 5 procent in juni 2011 naar 6,3 procent in juni van dit jaar, meldt het CBS. In totaal zitten 495.000 mensen zonder baan. Daarvan zijn er 173.000 (35%) ouder dan 45. De werkloosheid onder ouderen valt van oudsher relatief mee, omdat ze beter dan jongeren beschermd zijn tegen ontslag . Ze hebben vaker een vast contract, zijn vaak lang in dienst en hebben alleen al vanwege hun hoge leeftijd recht op hogere ontslagvergoedingen. Hen ontslaan kost de werkgever al snel één tot twee jaarsalarissen. De jongeren vangen de klappen op: in de groep tot 25 jaar is de werkloosheid 12,2 procent, onder 45-plussers ‘slechts’ 5,3 procent. Als de economie aantrekt, vinden de jongeren snel weer een baan.

 

Als ze werkloos worden, worden ouderen niet snel weer ergens aangenomen. Bovendien wordt de kans om een baan te vinden de komende jaren veel kleiner dan lang werd gedacht. In 2008 werden, door de verwachte uittocht van de babyboomers, vanaf 2015 in vrijwel alle sectoren grote personeelstekorten voorspeld. Volgens sommigen zou het dan vanzelf wel goed komen met de ouderen. Werkgevers móéten hen dan wel aannemen, was de gedachte.

Maar na twee economische crises ziet de wereld er anders uit. Doordat de economie niet groeit, komen er weinig banen bij. Tegelijkertijd bieden meer mensen zich aan om te werken: vrouwen wier man zijn baan is kwijtgeraakt bijvoorbeeld en ouderen die onzeker zijn over hun pensioen. En jongeren die vanwege de eerste crisis in 2008 langer bleven studeren, maar die nu toch echt aan de slag willen. De concurrentie neemt dus toe. Het aantal werkzoekenden stijgt dit jaar en volgend jaar met in totaal negentigduizend, stelt het UWV in haar recente Arbeidsmarktprognose 2012-2013 . Er blijven banen bijkomen in sommige sectoren, zoals de zorg, maar de komende vijf jaar zal van ‘generieke krapte’ geen sprake zijn, voorspelt het UWV.

En dan zijn er nog de plannen van de gelegenheidscoalitie van VVD, CDA, D66, GroenLinks en ChristenUnie om het ontslagrecht te versoepelen. Als die doorgaan – wat niet zeker is omdat er nog geen wetsvoorstel is en er na de verkiezingen mogelijk niet voldoende steun meer is – wordt het voor veel bedrijven goedkoper om werknemers met een vast contract te ontslaan. Dat raakt vooral oudere werknemers. Zij profiteren nu eenmaal meer van de nu nog geldende ontslagbescherming. Politieke partijen als PvdA en SP, vakbonden en sommige economen stellen dat oudere werknemers er door de versoepeling van het ontslagrecht ‘massaal uitvliegen’. Dat lijkt overdreven (zie ‘Niet massaal eruit’ op pagina 48). Maar zeker is dat ouderen die worden ontslagen, in de plannen van de gelegenheidscoalitie hun riante ontslagvergoeding kwijtraken. Voor hen wordt het vinden van een baan dan financieel noodzakelijk en het niet kunnen vinden van die baan des te problematischer.

 

Beeldvorming

Waarom komen ouderen toch zo moeilijk aan een baan? Dat ligt deels aan de ouderen zelf. Of in elk geval: aan het systeem dat hen overmatig beschermt. De motivatie om een baan te vinden, is niet bij iedereen even groot. Wie na een jarenlang dienstverband op zijn zestigste wordt ontslagen, krijgt vaak niet alleen een dikke ontslagvergoeding, maar heeft ook recht op de maximale WW-duur van drie jaar en twee maanden. Daarmee kunnen veel ouderen het tot hun pensioen financieel wel uitzingen. De prikkel om een nieuwe baan te vinden, is er dan niet. Volgens het UWV is er bovendien sprake van ‘hardnekkige beeldvorming’. Is het niet bij de directie van bedrijven, dan is het wel bij de lagen eronder: de (personeels)managers die mensen aannemen. Die managers zijn gemiddeld 34 jaar, zegt Peter Stoks, landelijk arbeidsmarktprojectleider van het UWV. ‘Zij nemen nu eenmaal minder snel iemand aan die even oud is als hun oom of tante.’ Het schrijven van een sollicitatiebrief heeft voor deze groep weinig zin – al solliciteren sommigen zich suf. ‘Ze worden gewoon niet uitgenodigd,’ zegt Stoks. Ook hoogopgeleiden, zoals artsen en voormalig directeuren, niet. Ouderen moeten het volgens Stoks van hun netwerk hebben. Het UWV probeert daarom met een serie ‘netwerkbijeenkomsten’ van in totaal drie maanden 55-plussers aan een baan te helpen. Als werkgevers een oudere sollicitant ontmoeten, zijn ze trouwens vaak een stuk positiever, merkt Stoks. ‘Voor deze groep geldt: kijken is kopen.’ Werkgevers en werkzoekenden worden daarom tijdens de netwerkbijeenkomsten aan elkaar voorgesteld. Dat werkt: 30 procent van de deelnemers vindt een baan en houdt die.

Werkgevers waarderen ouderen ook wel, blijkt uit onderzoek. Ze roemen hun loyaliteit, betrouwbaarheid en sociale vaardigheiden – zoals het UWV in zijn folders graag opmerkt. Maar als het erop aankomt, laten ze ‘harde kwaliteiten’ als fysieke belasting, flexibiliteit en opleidingsbereidheid zwaarder wegen. Werkgevers vinden dat ouderen daarop veel minder scoren dan jongeren en dat maakt ze in hun ogen minder productief. Dat het UWV deze redenering afdoet als ‘hardnekkige beeldvorming’, is een begrijpelijke reflex. Maar uit onderzoeken naar de relatie tussen leeftijd en productiviteit komt geen eenduidig beeld naar voren. Het probleem is dat productiviteit lastig is te meten. Voor iemand die dozen inpakt, lukt dat wel, maar voor een manager of beleidsambtenaar is dat veel moeilijker vast te stellen. Dit verklaart waarom werkgevers terugvallen op beeldvorming en eigen ervaringen: het is de realiteit van de werkvloer.

Vaak denken ouderen dat hun ‘schat aan ervaring’ zo waardevol is. Dat geldt beslist voor wie heel specifieke kennis heeft, zoals een vliegtuigbouwkundig ingenieur, maar op de meeste functies is het niet van toepassing. Twintig jaar ervaring? Leuk, maar zes jaar is voor de meeste functies al goed genoeg.

 

Verder geldt: jong is aantrekkelijk. Jongeren zijn in de ogen van werkgevers en collega’s nog plooibaar, ouderen willen het vaak doen op de manier waarop ze het gewend zijn. Die opvatting treft ook mensen die nog helemaal niet oud zijn. Een 36-jarige vrouw uit Utrecht die haar studie rechten recent afrondde, kreeg bij haar sollicitatie als advocaat-stagiair bij een groot advocatenkantoor in Amsterdam te horen dat ze te oud was voor deze startersfunctie. Ze wilden liever iemand van 25, want die zijn nog ‘kneedbaar’.

 

Ouderdom komt bovendien – het is niet anders – met gebreken. Nederlanders worden ouder, maar dat wil niet zeggen dat ze gezonder ouder worden. Sterker nog, ouderen worden statistisch dikker, drinken meer alcohol en bewegen minder. In de groep 55-65 jaar neemt het aantal chronische ziekten, zoals hart-en vaatziekten, toe. Mensen worden ouder omdat de medische wetenschap hen verder helpt. Maar het risico op uitval is bij ouderen bewezen hoger. Ze worden niet zo snel ziek, maar als ze ziek worden, is dat vaak langdurig. De werkgever moet dan maximaal twee jaar lang het loon doorbetalen. Dat maakt ze huiverig een oudere aan te nemen.

 

Langzamer

Oudere werknemers zijn sowieso relatief duur. ‘Dat is niet goed,’ zei demissionair minister Henk Kamp van Sociale Zaken (VVD) in juli in de Volkskrant . Een van de oorzaken is de Nederlandse gewoonte om het loon met de leeftijd te laten meestijgen. Jongeren betalen in feite mee aan het salaris van de ouderen, omdat zij vaak minder verdienen dan hun productiviteit rechtvaardigt. Voor ouderen geldt vaak juist het omgekeerde; zij zijn wat langzamer, minder flexibel en hebben minder technologische kennis. Als de jongeren zelf oud en minder productief zijn, profiteren ze van hetzelfde principe.

Maar als er steeds meer ouderen komen, wordt die solidariteit onbetaalbaar, zegt Kène Henkens, hoogleraar pensioensociologie en onderzoeker bij het demografisch instituut NIDI. Werknemers worden dan domweg te duur. Henkens vroeg voor zijn pas verschenen onderzoek Dilemma’s rond langer doorwerken werkgevers in Nederland en zeven andere West-Europese landen, waaronder Duitsland, Groot-Brittannië, Frankrijk en Zweden, naar hun mening over het in dienst nemen en houden van vijftigplussers. In alle landen verwachten werkgevers dat meer ouderen op hun werkvloer leidt tot lagere productiviteit en minder winst.

 

Driekwart van de Nederlandse werkgevers denkt bovendien dat hun kosten sterk zullen stijgen. Dat is veel meer dan in de andere onderzochte landen. En dat komt onder meer door die senioriteitsbeloning, zegt Henkens. Volgens hem zitten werkgevers dan ook helemaal niet op een verhoging van de pensioenleeftijd te wachten. ‘Op dit moment zijn bedrijven werknemers van rond de zestig liever kwijt dan rijk. Als het enigszins mogelijk is, worden zij uitgewuifd.’

Zijn voorstel: ‘Laat salarissen minder sterk met de leeftijd meestijgen. Een werknemer verdient dan vroeger in zijn loonbaan meer, en later relatief minder.’ In Groot-Brittannië, waar meer naar prestatie wordt beloond, wordt de senioriteitsbeloning zelfs als discriminerend beschouwd, zegt Arjen Verhoeff van werkgeversvereniging AWVN. Alfred van Delft, secretaris Arbeidsmarkt bij werkgeversorganisatie VNO-NCW: ‘De vraag moet zijn: hoe presteer je, in plaats van: hoe lang zit je hier?’

Een andere manier om loon en productiviteit in balans te brengen is invoering van demotie: een werknemer doet een stap terug in functie én salaris, en gaat werken op een niveau dat hij nog wel aankan. Op demotie heerst in veel bedrijven nog een taboe. Werknemers zien het als een afgang, werkgevers vinden het te veel gedoe.

 

De kloof tussen beloning en productiviteit kan bovendien omlaag door scholing van (oudere) werknemers. Zo gaat de productiviteit van werknemers omhoog. Werkgevers en werknemers hebben daar nu vaak geen zin in, maar hebben er beiden baat bij. Werknemers zouden daartoe ook zelf initiatief kunnen nemen. Om mee te blijven doen, dienen zij sowieso hun kennis en vaardigheden op peil te houden – jong of oud. Wat ouderen ook duurder maakt, zijn de vele in cao’s vastgelegde maatregelen om hen te ontzien. ‘Nederland is hierin echt kampioen,’ zegt Van Delft van VNO-NCW. Het gaat om seniorenregelingen – waarbij iemand een vrije dag per week krijgt, die voor de helft betaald is – extra vrije dagen, het recht niet te hoeven overwerken en vrijstelling van nachtdiensten of ploegendiensten. Deze maatregelen gelden niet alleen voor fysiek zware beroepen. ‘In de finan-ciële dienstverlening krijgen werknemers soms op hun veertigste al een eerste seniorendag,’ zegt Van Delft. Iemand van 58 krijgt in veel cao’s zomaar tien extra vrije dagen per jaar. Een 64-jarige kan er zestien krijgen, dat is meer dan drie weken per jaar. En dat terwijl Nederlanders al veel vakantiedagen hebben. Maar de ene oudere is de andere niet. Algemeen geldende maatregelen, bedoeld om ouderen uit de wind te houden, zijn schadelijk voor degenen die het niet nodig hebben, zegt Van Delft. Veel werknemers realiseren zich niet dat al die maatregelen geld kosten. ‘Deze groep bijt zichzelf in de staart. Want het maakt een oudere werknemer snel 10 procent duurder.’ En: doordat ouderen door al die maatregelen vaker afwezig zijn, zijn ze moeilijker inzetbaar, luidt een veelgehoorde klacht onder werkgevers. Het ontziebeleid werkt bovendien stigmatiserend: het bevestigt het beeld bij bazen en collega’s dat ouderen deze dagen nodig hebben om bij te komen, omdat ze hun werk niet meer goed aankunnen. Wie een dag minder wil werken omdat hij het niet meer kan behappen, moet daarvoor maar salaris inleveren, klinkt het al gauw. Werknemers die minder gaan werken om voor hun kinderen te zorgen, doen dat ook.

 

Hoogleraar Henkens heeft een simpele oplossing: ‘Schaf die ontziemaatregelen af. Meteen.’ Maar zo simpel is dat niet. Al enkele jaren is te horen, ook bij de vakbonden, dat ‘het besef’ er is om hieraan iets te veranderen. Maar de bonden zien deze afspraken als arbeidsrechtelijke verworvenheden en willen er iets voor terug. Ombouwen in plaats van afschaffen heet dat. In sommige cao’s gebeurt dat. De regeling waarbij 55-plussers vrije dagen krijgen, stopt dan en in ruil daarvoor krijgen alle werknemers bijvoorbeeld een hogere eindejaarsuitkering. Het ombouwen van de seniorenregelingen verloopt echter ‘moeizaam’, zegt Van Delft van VNO-NCW. Dat blijkt ook uit een recent cao-overzicht van werkgeversvereniging AWVN. Van 51 cao’s die in 2012 werden afgesloten, bevat 70 procent bijvoorbeeld nog steeds extra vrije dagen voor ouderen.

Om de arbeidsmarkt voor ouderen aan de praat te krijgen, pleit het Centraal Planbureau al langer voor verregaande hervormingen op de arbeidsmarkt. Fiscale stimulansen om ouderen in dienst te nemen, zoals de 7.000 euro die een werkgever drie jaar lang krijgt als hij een werkloze 55-plusser aanneemt, zetten volgens het CPB nauwelijks zoden aan de dijk. Wat wel werkt: een kortere duur van de WW-uitkering en een soepeler ontslagrecht, zegt het CPB. Oudere werknemers wisselen nu zelden van baan omdat ze dan hun opgebouwde rechten opgeven. Volgens het CPB zitten ze ‘gevangen in een gouden kooi’. Als ze bij een nieuwe baas worden ontslagen, krijgen ze hooguit enkele maanden mee. Hierdoor roesten ze vast in hun baan, terwijl ze elders veel productiever kunnen zijn, redeneren de economen van het CPB. Dat leidt tot productiviteitsverlies en het is slecht voor de internationale concurrentiepositie. Dat is waarom minister Kamp het ontslagrecht wil versoepelen.

 

Het idee is dat als ouderen makkelijker kunnen worden ontslagen, ze elders ook weer makkelijker aan de slag komen. In landen met een zwakkere ontslagbescherming, zoals de Verenigde Staten en Denemarken, is de werkloosheid niet lager. Maar de arbeidsmarkt is er wel veel dynamischer: jongeren en ouderen worden sneller ontslagen, maar vinden ook sneller een baan. Voor de ouderen die nu een vaste baan en veel rechten hebben (de ‘insiders’) is versoepeling van het ontslagrecht nadelig. Maar zo’n aanpassing zou de groep ouderen die nu werkloos aan de kant staat (‘de outsiders’) kunnen helpen. Overigens zijn internationale vergelijkingen lastig te maken, omdat naar de gehele sociale zekerheid moet worden gekeken. In Denemarken zijn de uitkeringen bijvoorbeeld hoger. Er zijn geen landen waarvan het arbeidsmarktbeleid als goed voorbeeld kan dienen. ‘Je kunt niet aan cherry picking doen,’ zegt Verhoeff van de AWVN.

Een andere oplossing is om ouderen vaker tijdelijke contracten of losse opdrachten aan te bieden na hun ontslag. Daarmee bannen werkgevers risico’s uit en het past in de trend dat steeds meer mensen flexibel gaan werken, aldus Verhoeff. ‘Bedrijven waren al flexibel in hun schil, maar worden ook flexibel in hun kern. Op veel sleutelfuncties zitten tegenwoordig tijdelijke arbeidskrachten. En kijk bijvoorbeeld ook naar de pakketbezorgers die in de busjes van PostNL rijden. Dat zijn vaak zzp’ers.’ Dat vergt wel een omslag in het denken. Het beeld wordt dan: iemand begint zijn carrière met een tijdelijk contract, daarna volgt een vast contract en de laatste fase is weer een flexibele periode.

 

Ouderen zijn duur

Ouderen zijn duur door het beloningssysteem naar senioriteit: hoe langer in dienst, hoe hoger het salaris.

Ouderen zijn duur door de vele zogeheten ontziemaatregelen, zoals seniorenregelingen en extra vrije dagen in cao’s. Dit maakt ze al snel 10 procent duurder dan jonge werknemers. Ook zijn velen minder inzetbaar, wat weer stigmatiserend werkt.

Ouderen zijn vaker langdurig ziek, wat meer risico inhoudt voor de werkgever. Die moet twee jaar loon doorbetalen. Door langdurig recht op een WW-uitkering, straks waarschijnlijk deels door de werkgever betaald, kunnen veel ouderen het tot hun pensioen uitzingen. Er is geen prikkel om een baan te vinden.

Werkgevers vinden ouderen minder productief, omdat ze minder hoog zouden scoren op ‘harde kwaliteiten’ als fysieke belastbaarheid, flexibiliteit, technologische kennis en opleidingsbereidheid.

 

Wat kan ze helpen?

Schaf ontziemaatregelen af: ouderen worden minder duur en beter inzetbaar.

Pas beloningssysteem aan: laat iemand eerder in zijn carrière wat meer verdienen en later relatief minder. Beloning en productiviteit zijn dan beter in evenwicht.

Doorbreek taboe op demotie: oudere doet stap terug in functie én salaris.

Laat werkgevers investeren in cursussen voor (oudere) werknemers. Die moeten bereid zijn deze te volgen en ook zelf hun vakkennis bij te houden.

Het moet normaal worden dat ook ouderen flexibel werken: via tijdelijke contracten of door het invullen van losse opdrachten. Voor werkgevers is dat minder risicovol.

Soepeler ontslagrecht en kortere WW-duur zorgen voor een dynamischer arbeidsmarkt. Dan zullen ook ouderen makkelijker werk vinden, stelt het CPB.

 

Waarom langer doorwerken?

Hogere pensioenleeftijd houdt de AOW-voorziening betaalbaar

Elke maand komen er 20.000 AOW’ers bij. Het aantal 65-plussers stijgt van 3 miljoen nu naar 4,6 miljoen in 2040. Het aandeel ouderen in de bevolking stijgt daarmee van 16 naar 26 procent, staat te lezen in het Nationaal Kompas Volksgezondheid .

De kosten voor het staatspensioen AOW, nu 30 miljard euro per jaar, bedragen in 2040 bij ongewijzigd beleid 50 miljard euro. De AOW wordt grotendeels opgebracht door werkenden. Nu zijn er voor elke AOW-er vier werkenden, in 2040 nog maar twee. Zo wordt de AOW onbetaalbaar.

Er zijn diverse oplossingen. De overheid kan minder uitgeven, maar doet dat niet graag. Meer belasting heffen is geen goed idee, de belastingdruk is al hoog. Ook aan immigratie van buitenlandse arbeidskrachten om de gemiddelde leeftijd te drukken, kleven vooral nadelen. Tot slot kan de pensioenleeftijd omhoog – en dat is de weg die is gekozen. Besloten is de pensioenleeftijd per 2013 in stappen te verhogen van 65 naar 67 jaar in 2025. Daardoor zijn er dat jaar 500.000 AOW’ers minder. Als mensen langer doorwerken, betalen ze langer en meer mee aan de AOW. Tegelijk krijgen ze later AOW, wat uitkeringskosten scheelt. Besparing op AOW-uitgaven: 6 miljard euro.

 

Niet massaal eruit

Ook in nieuw ontslagrecht kan baas niet zomaar ontslaan

Het begrotingsakkoord voor 2013 van de gelegenheidscoalitie van CDA, VVD, GroenLinks, ChristenUnie en D66 stelt een versoepeling van het ontslagrecht voor. VVD-minister Henk Kamp van Sociale Zaken stuurde in juni een voorstel naar de Tweede Kamer en werkt aan een wetsvoorstel. Of de plannen doorgaan, hangt mede af van de verkiezingen.

Internationaal gezien is de ontslagbescherming in Nederland hoog, althans voor degenen met een vast contract. Nu moet een werkgever nog vooraf toestemming vragen aan de kantonrechter of uitkeringsinstantie UWV om iemand te ontslaan. Ontslaan via de rechter is duur, zeker als het om ouderen gaat. Voor de ontslagvergoeding telt het aantal dienstjaren, maar ook iemands leeftijd. Gemiddeld geldt een vergoeding van één maandsalaris per dienstjaar. Ontslag via het UWV kost officieel geen geld. Maar omdat de werknemer het ontslag kan aanvechten bij de rechter, en de werkgever dit risico wil uitsluiten, komt het in de praktijk doorgaans tot een schikking. Ook die kost geld. Kamp wil de preventieve toets afschaffen. Een werknemer kan zijn ontslag achteraf aanvechten bij de rechter. Een ander belangrijk punt is om de ontslagvergoeding te beperken tot maximaal een half jaarsalaris.

Bonden vrezen dat ouderen er massaal uit zullen vliegen. Maar ook straks kan een werkgever iemand met een vast contract niet zomaar ontslaan. Functioneert een werknemer slecht, dan moet de werkgever dat aantonen, via een opgebouwd dossier. En bij reorganisaties blijft het afspiegelingsbeginsel bestaan. Daarbij moet het aantal ontslagen naar verhouding worden verdeeld over vijf leeftijdscategorieën (tot 25 jaar, 25-35 jaar, enzovoort). Per categorie mag een werkgever vervolgens alleen degenen die het laatst zijn aangenomen, ontslaan. Hoe iemand presteert, speelt geen rol.

 

Bron: Fleuriëtte van de Velde reedbusiness.nl  Emedia Bulletins Radarweg 29 1043 NX Amsterdam  020-5159619



Laatste update: 25/09/2012 15:57.01