VerbijsterendAdvies.nl
Persoonlijk maatwerk in verzekeringen en financiŽle diensten van De PensioenMakelaar & De HypothekenMakelaar

RVU beoordeeld: VUT-regeling soms belast met 52% RVU-heffing

 

De Hoge Raad oordeelde dat een (kennelijk te) ruime 55+-regeling moest worden beschouwd als een regeling voor vervroegde uittreding. De werkgever moest daarom 52% eindheffing inhouden en afdragen over de uitkeringen.

 

Sinds 1 januari 2005 kennen we de eindheffing voor een regeling voor vervroegde uittreding (RVU). Daarin is bepaald dat als bijvoorbeeld een prepensioenregeling of ontslagvergoeding wordt aangemerkt als een regeling voor vervroegd uittreden (VUT-regeling) de werkgever 52% eindheffing moet betalen over de uitkering. Twijfelt een werkgever of er sprake is van een RVU, dan kan hij de Belastingdienst om een beschikking vragen waartegen hij vervolgens eventueel bezwaar kan maken.

 

Proefprocedure

Dit was ook de gang van zaken in een proefprocedure die de gemeente Assen had aangespannen. De gemeente had als werkgever een FPU-regeling (flexibel pensioen en uittreden) voor bepaalde groepen ambtenaren. Werknemers van 55 jaar of ouder hadden de mogelijkheid om bij een reorganisatie vrijwillig buitengewoon verlof te krijgen en toch 80% van het loon doorbetaald te krijgen. De gemeente vroeg de fiscus om een standpunt en vernam dat 52% eindheffing moest worden ingehouden. Daarom gaf de gemeente voor een 58-jarige ambtenaar die met vroegpensioen ging een bedrag van € 369 aan in de rubriek ‘Eindheffing Vutregeling’. Vervolgens spande de gemeente een proefprocedure aan, omdat zij het niet eens was met de eindheffing. De vraag was of overgangsrecht van toepassing was waardoor de eindheffing niet van toepassing zou kunnen zijn.

 

Overgangsrecht

Bij invoering van de RVU-heffing is in het overgangsrecht bepaald dat als een al bestaande RVU aan bepaalde voorwaarden voldoet er toch geen eindheffing hoeft plaats te vinden. In deze zaak ging het in het bijzonder om de vraag of de bestaande regeling – kort gezegd – in het maatschappelijk verkeer wel of niet onredelijk was. Als het zou gaan om een maatschappelijk aanvaardbare regeling, dan zou eindheffing buiten toepassing kunnen blijven.

 

Maatschappelijk aanvaardbaar

Volgens Rechtbank Leeuwarden had de gemeente echter niet aannemelijk gemaakt dat de 55+-regeling een regeling was die onder de grens bleef van wat naar maatschappelijke opvatting redelijk moest worden geacht, bijvoorbeeld wat betreft de diensttijd en genoten beloning. Het overgangsrecht was daarom niet van toepassing en de eindheffing was volgens de rechter terecht betaald. Partijen legden zich hierbij neer, maar in het belang van de wet stelde advocaat-generaal (A-G) Van Ballegooijen tegen deze uitspraak cassatie in bij de Hoge Raad. Hij gaf daarbij het advies de rechtbankuitspraak te vernietigen.

 

Onderzoeken

De Hoge Raad volgde het advies van de A-G niet op. Volgens de Hoge Raad was in de definitie van een RVU opgenomen dat als een VUT-regeling in overeenstemming is met de maatschappelijke opvattingen over een redelijke voorziening, er sprake is van een RVU. Uit verschillende onderzoeken die de rechtbank had geraadpleegd bleek volgens de Hoge Raad dat de regeling van gemeente Assen niet gebruikelijk was. Bij andere (pre)pensioenregeling was de vroegste leeftijd van uittreden namelijk 60 jaar. Het was ongebruikelijk om uit te keren bij uittreden vanaf 55 jaar, dus had de rechtbank juist geoordeeld dat het overgangsrecht niet van toepassing was.



Bron: • De SalarisAdviseur 16 aug 2012  / • Hoge Raad, 15 juni 2012, LJN: BU8935 >>
VerbijsterendAdvies.nl



Laatste update: 21/08/2012 10:09.03