VerbijsterendAdvies.nl
Persoonlijk maatwerk in verzekeringen en financiŽle diensten van De PensioenMakelaar & De HypothekenMakelaar

Afronding wetgevingsproces flex-bv in zicht

Samenvatting

Volgens de website van de Eerste Kamer worden de wetsvoorstellen ‘Vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht’ en de ‘Invoeringswet vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht’ op 12 juni 2012 als hamerstuk afgedaan. Dit betekent dat de streefdatum voor inwerkingtreding op 1 juli 2012 reëler wordt. Op 5 juni 2012 heeft de Eerste Kamercommissie het eindverslag over de flex-bv uitgebracht. Hierin geeft de commissie te kennen dat zij van mening is dat de plenaire behandeling van het wetsvoorstel voldoende is voorbereid. Op 31 mei 2012 ontving de commissie de nadere memorie van antwoord. Daarin geeft minister Opstelten van Veiligheid en Justitie een reactie op diverse vragen en opmerkingen vanuit de Eerste Kamer op het wetsvoorstel. Vermeldenswaardig daaruit is het volgende: 1. Het wettelijk bepaalde uitkeringsverbod van winst (wegens te weinig eigen vermogen en/of reserves) kan niet leiden tot verlies van de status van fiscale beleggingsinstelling; 2. Er komt geen optionele fiscale transparantie voor bepaalde vennootschapsbelastingplichtige lichamen; 3. In het Besluit fiscale eenheid komt een bepaling die aangeeft dat de moedervennootschap naast de economische en juridische eigendom van ten minste 95% van de aandelen ook ten minste 95% van de stemrechten van de aandelen in de dochter moet hebben.

Volledig artikel

Volgens de website van de Eerste Kamer worden de wetsvoorstellen ‘Vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht’ en de ‘Invoeringswet vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht’ op 12 juni 2012 als hamerstuk afgedaan. Dit betekent dat de streefdatum voor inwerkingtreding op 1 juli 2012 reëler wordt. Op 5 juni 2012 heeft de Eerste Kamercommissie het eindverslag over de flex-bv uitgebracht. Hierin geeft de commissie te kennen dat zij van mening is dat de plenaire behandeling van het wetsvoorstel voldoende is voorbereid. In ons nieuwsbericht van 11 april 2012  hebben we in hoofdlijnen aangegeven wat de civiel- en fiscaalrechtelijke gevolgen zijn van de wetswijziging.
 
Op 31 mei 2012 ontving de commissie de nadere memorie van antwoord. Daarin geeft minister Opstelten van Veiligheid en Justitie in de nadere memorie van antwoord een reactie op diverse vragen en opmerkingen vanuit de Eerste Kamer op het wetsvoorstel. Vermeldenswaardig daaruit is het volgende.
 
1. Civielrechtelijk uitkeringsverbod leidt niet tot verlies status fbi

Het civielrechtelijke uitkeringsverbod van winst (wegens te weinig eigen vermogen en/of reserves) kan volgens de minister niet leiden tot verlies van de status van fiscale beleggingsinstelling (fbi). Achtergrond van dit antwoord is het volgende. Een van de voorwaarden bij een fiscale beleggingsinstelling is dat ‘de voor uitdeling beschikbare winst’ niet later dan in de achtste maand na afloop van het jaar ter beschikking wordt gesteld aan de aandeelhouders. Dit staat bekend als de uitdelingsverplichting. In een besluit van 15 september 2009 heeft de staatssecretaris van Financiën via een goedkeuring een (gedeeltelijke) ontheffing gegeven van de uitdelingsverplichting. Deze houdt in dat de uit te delen winst van een fiscale beleggingsinstelling mag worden verminderd met het bedrag dat op grond van het civielrechtelijke uitkeringsverbod niet mag worden uitgekeerd. De minister geeft aan dat de goedkeuring uit het besluit ook zal gelden voor de gewijzigde wetsbepaling betreffende het uitkeringsverbod.
 
2. Geen optionele fiscale transparantie

Er komt (voorlopig) geen optionele fiscale transparantie voor bepaalde vennootschapsbelastingplichtige lichamen. Fiscale transparantie zou in dat geval betekenen dat de bezittingen en schulden moeten worden toegerekend aan de achterliggende aandeelhouder(s). Naar de mening van de minister zou dit tot gevolg hebben dat voor de belastingheffing wordt afgeweken van de civiel-juridische werkelijkheid. Dit zou onder meer problemen kunnen opleveren voor de inhoudingsplicht voor de sociale verzekeringen en het pensioen in eigen beheer dat een directeur-grootaandeelhouder kan hebben opgebouwd bij het lichaam. Een ander probleem is volgens de minister de ‘vermogensetikettering’ (privévermogen of ondernemingsvermogen) in de inkomstenbelasting, die niet geldt in de vennootschapsbelasting. Het kabinet is daarom geen voorstander van optionele fiscale transparantie en wil na beoordeling van opgedane praktijkervaringen bezien of er reden is voor fiscale wijzigingen op dit vlak.
 
3. Zeggenschapseis

De minister geeft aan dat het Besluit fiscale eenheid wordt gewijzigd. De wijziging houdt in dat de moedervennootschap naast de economische en juridische eigendom van ten minste 95% van de aandelen ook ten minste 95% van de stemrechten van de aandelen in de dochter moet hebben. Met een dergelijke aanpassing is volgens de minister geen wijziging beoogd ten opzicht van de bestaande praktijk.
 
Bron: pwc.belastingnieuws 08062012 / Eerste Kamer, 31-5-2012, 31058 en 32426 nr. E.

VerbijsterendAdvies.nl

 



Laatste update: 08/06/2012 10:22.27