VerbijsterendAdvies.nl
Persoonlijk maatwerk in verzekeringen en financiŽle diensten van De PensioenMakelaar & De HypothekenMakelaar

Kifid tekkelt Bank op zorgplicht, Klachteninstituut Kifid formuleert norm zorgplicht voor adviseur

Bureau D & O heeft een algemene nieuwsbrief die periodiek zonder kosten aan haar relaties wordt gezonden. In deze nieuwsbrief zal in het vervolg ook aandacht worden geschonken aan relevante uitspraken van de geschillencommissie Financiële Dienstverlening Kifid. In deze nieuwsbrief een recente uitspraak waarin de Geschillencommissie een algemene norm formuleert voor de zorgplicht van de financieel adviseur.

Uitspraak 2012-23
Op 25 januari 2012 heeft de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening een bindende uitspraak gedaan in een geschil waarbij de adviseur een bank was. In de uitspraak gaat het om een consument die zelf leidt aan MS, geen recht heeft op een WAO-uitkering, een dochter heeft van 7 jaar en een echtgenoot die zwaar gehandicapt is. Consument heeft een eigen vermogen van € 390.000. De bank adviseert haar in 2005 een deel van het vermogen te gebruiken voor de aankoop van een lijfrente die 10 jaar lang een uitkering van € 2.000 per maand garandeert en het andere deel te beleggen met een prognoserendement van 7 % per jaar. Tegen een koopsom van € 213.141 wordt in 2005 deze lijfrente afgesloten. Van de in het aanvraagformulier geboden mogelijkheid een aanvullende verzekering af te sluiten – die bij haar overlijden voorziet in een uitkering aan nabestaanden- heeft de consument geen gebruik gemaakt. Hetzelfde geldt ten aanzien van de in het aanvraagformulier geboden mogelijkheid tot aanwijzing van een of meer begunstigden. In april 2009 is de consument overleden. De lijfrente uitkeringen stoppen en de erfgenamen krijgen geen restitutie van een gedeelte van de koopsom.

Namens de erfgenamen wordt een klacht ingediend bij de Geschillencommissie.

Overeenkomst van opdracht
De geschillencommissie kwalificeert de relatie tussen de consument en de financiële dienstverlener als een overeenkomst van opdracht in de zin van artikel 7:400 BW. De Commissie stelt vast dat op grond van jurisprudentie van de Hoge Raad uit deze overeenkomst van opdracht volgt dat de assurantietussenpersoon tegenover zijn opdrachtgever de zorg moet betrachten die
van een redelijk bekwaam en een redelijk handelend assurantietussenpersoon mag worden verwacht.

Commissie geeft uitwerking van redelijk bekwaam en redelijk handelend
In deze uitspraak geeft de Commissie een uitwerking voor het begrip redelijk bekwaam en redelijk handelend. Opgemerkt wordt dat deze uitwerking niet beperkt is voor bepaalde financiële producten maar heeft te gelden als algemene norm voor financiële dienstverleners waarin zij adviseren. De uitwerking die de Commissie bij de interpretatie van redelijk bekwaam en redelijk handelend hanteert, is de volgende:

De Commissie neemt als uitgangspunt dat van een redelijk bekwaam en redelijk handelend assurantietussenpersoon de nodige deskundigheid en vakkennis mag worden verwacht, dat hij de financiële belangen van zijn cliënten naar beste weten en kunnen behartigt en dat hij zorgvuldigheid betracht in de advisering van zijn cliënten. Voorts mag van een redelijk bekwaam en redelijk handelend assurantietussenpersoon worden verwacht dat hij met het oog op het te verstrekken advies de nodige informatie van en over zijn cliënten inwint en zijn cliënten zodanig informeert over de risico’s van hun keuze dat zij een weloverwogen beslissing kunnen nemen.

Oordeel Commissie
De Commissie neemt het de bank kwalijk dat deze aan de consument de lijfrenteverzekering heeft geadviseerd. De Commissie: Van groter belang is dat de geadviseerde lijfrenteverzekering in termen van zekerheid en rendement ten opzichte van een spaarproduct geen relevante meerwaarde had, maar deze, anders dan een spaarproduct, wel een belangrijk extra risico kende, te weten het verlies van de hoofdsom bij vooroverlijden. Onder deze omstandigheid eist de Commissie dat de bank de consument uitdrukkelijk en in niet mis te verstane woorden op de nadelige aspecten van deze lijfrenteverzekering had moeten wijzen, en zich er daarbij van te vergewissen de consument zich van die nadelen bewust was voordat zij besloot de lijfrenteverzekering af te sluiten.

De Commissie beslist bij bindend advies dat de bank aan de consument een bedrag betaalt ter grootte van de contante waarde van de niet uitgekeerde lijfrentetermijnen.

Wft en Civielrecht
Het oordeel van de Commissie is vrijwel identiek aan de interpretatie van de wettelijke adviesregels van artikel 4:23 Wft. Deze wettelijke adviesregels zijn echter van toepassing op specifieke in de wet aangewezen financiële producten. Het oordeel van de Commissie geldt ongeclausuleerd voor alle financiële producten dus ook voor bijvoorbeeld schadeverzekeringen.

De Commissie baseert haar oordeel op de overeenkomst van opdracht. Consument en financieel dienstverlener kunnen en mogen met betrekking tot deze overeenkomst van opdracht nadere afspraken maken. Zowel ten aanzien van het initiële advies als ten aanzien van de reikwijdte van de dienstverlening nadat het product is afgesloten.

Hoewel partijen deze vrijheid hebben, zal door de rechter niet snel worden geaccepteerd dat partijen een zodanige overeenkomst met elkaar sluiten dat dit tot gevolg heeft dat de financieel dienstverlener niet aangesproken kan worden indien hij een evident niet passend advies geeft.

 

Bron: Bureau D & O Tekst gemaakt naar inzicht van 20 februari 2012.

Bureau D & O heeft bij het redigeren van deze tekst de nodige zorgvuldigheid betracht. De tekst wordt gratis aangeboden aan relaties van Bureau D & O als algemene attendering op mogelijk relevante ontwikkelingen voor assurantiekantoren. Bureau D & O is op geen enkele wijze verantwoordelijk voor schade die ontstaat als gevolg van onjuistheden in deze tekst.

 

DeHypothekenMakelaar.nl



Laatste update: 20/02/2012 11:53.48