VerbijsterendAdvies.nl
Persoonlijk maatwerk in verzekeringen en financiŽle diensten van De PensioenMakelaar & De HypothekenMakelaar

Fiscale valkuilen voor de DGA directeur-grootaandeelhouder

 

  De directeur-grootaandeelhouder heeft een bijzondere plaats in het fiscale wereldje. Zo is er een speciale box in de inkomstenbelasting helemaal voor de DGA alleen (box 2: inkomen uit aanmerkelijk belang), maar ook op andere plaatsen in het fiscale recht zijn speciale regels te vinden voor deze groep belastingplichtigen. Denk maar aan de mogelijkheid van het opbouwen van pensioen in eigen beheer of de regels rond het ter beschikking stellen van vermogen aan de eigen vennootschap (de terbeschikkingstellingsregeling). Al die speciale regels zorgen voor fiscale mogelijkheden, maar betekenen ook dat een DGA altijd goed moet opletten hoe hij zijn fiscale zaken regelt. Wie een speciale plaats in het fiscale recht inneemt, moet namelijk ook rekening houden met speciale aandacht van de belastingdienst. Omdat die aparte regels nu eenmaal vaak uitnodigen tot creatief fiscaal handelen, wordt de DGA door de belastingdienst met enig argwaan tegemoet getreden. In de praktijk leidt dit tot veel discussie met de belastingdienst en niet zelden tot onplezierige uitkomsten. Een paar voorbeelden ter illustratie 

 

Het eerste voorbeeld is er één over het pensioen in eigen beheer. Zoals gezegd mag de DGA zelf voor zijn pensioen zorgen in zijn eigen vennootschap. De regels hieromtrent zijn echter de laatste jaren al meerdere malen aangepast. Een beetje DGA heeft in de afgelopen jaren al minstens twee keer een nieuwe pensioenbrief moeten tekenen. Daarbij komt dat ook de berekening van zijn pensioenaanspraken inmiddels hogere wiskunde is geworden, waarbij termen als “het Witteveen-excendent” in het rond vliegen. Kortom, het wordt de DGA niet gemakkelijk gemaakt. Toch blijft pensioenopbouw in eigen beheer aantrekkelijk. Je kunt immers aan je oude dag werken zonder dat daarvoor geld naar een externe partij (verzekeraar) hoeft te worden overgemaakt en het levert de vennootschap nog een aftrekpost op ook. Wat een DGA echter niet mag vergeten is dat het pensioen in eigen beheer een verplichting van zijn vennootschap is. Niet alleen moet er op pensioendatum geld zijn om het pensioen ook echt uit te keren aan de gepensioneerde DGA, maar ook de belastingdienst zal zich melden om belasting te heffen. De opmerking “van uitstel komt afstel” kennen belastinginspecteurs niet als het gaat om pensioen in eigen beheer.

 

Slechts in uitzonderlijke gevallen (faillissement, schuldsanering, e.d.) mag een DGA afzien van zijn pensioenrechten ten gunste van de vennootschap. Er moet sprake zijn van niet voor verwezenlijking vatbare rechten. Als daar geen sprake van is en de DGA ziet toch af van zijn pensioen dan is het fiscale leed niet te overzien. De volledige pensioenvoorziening wordt op dat moment tot het loon van de DGA gerekend en progressief belast. Daarbovenop komt een heffing van 20% revisierente, berekend over de waarde van de opgebouwde voorziening. Een heffing die kan oplopen tot 72% dus. Daar kun je als DGA niet lichtzinnig mee omgaan. 

 

Dit ondervond een DGA wiens vennootschap het weliswaar moeilijk had, maar zeker niet in financiële doodsnood was. In de vennootschap waren pensioenrechten voor de DGA opgebouwd, waarvan door de DGA werd afgezien. Het Hof Den Haag oordeelde dat hier geen sprake was van “niet voor verwezenlijking vatbare rechten” en liet de volledige belastingheffing met rente los op de pensioenvoorziening van de ongelukkige DGA. Gezien de feiten van deze zaak was daar niets tegen in te brengen. Zo was er wel geld om de zoon van de DGA een loonsverhoging te betalen en ontving de DGA wel een stamrechtuitkering.

In deze economisch moeilijkere tijden is de uitspraak niettemin wel een welkome waarschuwing voor DGA’s in vergelijkbare situaties. Een werknemer kan zich geconfronteerd zien met een verlaging van zijn pensioenrechten zonder dat dit nadelige fiscale consequenties heeft. Een DGA kan dit duidelijk niet. De Staatssecretaris van Financiën heeft dit recentelijk in een besluit nog maar eens bevestigd. 

 

Er zijn DGA’s die door al die regeltjes rond pensioenopbouw in eigen beheer op een andere manier voorzien in hun oude dag. Zij sluiten gewoon een lijfrenteverzekering (of openen een lijfrentespaarrekening) en betalen een premie daarvoor. Lekker makkelijk, geen zorgen, en nog een aftrekpost in de inkomstenbelasting ook. Dat kan inderdaad zo werken.

Een recente uitspraak van het Hof Arnhem heeft echter laten zien dat het ook hier opletten geblazen is. In deze casus liet een DGA de lijfrentepremie betalen door zijn vennootschap. Het bedrag van de premie werd vervolgens bijgeschreven in zijn rekening-courant. Per saldo had deze DGA een schuld aan zijn vennootschap. Een oplettende inspecteur schrapte vervolgens de aftrek van de lijfrentepremie in de aangifte inkomstenbelasting. Hij had namelijk de wettekst eens goed bekeken en in het desbetreffende artikel staat inderdaad letterlijk dat een lijfrentepremie niet kan worden afgetrokken als deze schuldig is gebleven. Hoewel de geleerden het er over eens zijn dat deze bepaling uitsluitend ziet op premies die zijn schuldig gebleven aan de verzekeraar, bevestigde het Hof de actie van de inspecteur. Geen aftrek dus. Dit muisje zal nog wel een staartje krijgen, maar voorlopig lijkt een DGA er in dit soort situatie verstandig aan te doen zelf zijn premie te betalen. Er zullen ongetwijfeld inspecteurs wakker geworden zijn die met dit arrest in de hand links en rechts aftrekposten onderuit proberen te halen. 


Dit ondervinden bijvoorbeeld nu al veel DGA’s die een lening hebben verstrekt aan hun vennootschap en deze lening (noodgedwongen) moeten afboeken. Hun vennootschap lijdt onder het economisch tij en kan het gewoon niet opbrengen om de lening terug te betalen. Je zou zeggen dat dit zich allemaal afspeelt in box 1 van de inkomstenbelasting (ter beschikking gesteld vermogen). Ontvangen rente werd immers ook hier belast, dus een boekverlies zou logischerwijs ook in deze box thuishoren.


In 2008 deed echter de Hoge Raad een uitspraak voor de vennootschapsbelasting die nu door veel inspecteurs wordt toegepast in de inkomstenbelasting. Het argument van dit arrest was dat er in die casus sprake was van een onzakelijke lening. Afgesloten onder zodanige voorwaarden dat een willekeurige derde hier niet aan zou hebben meegewerkt. Een lening waarbij het aandeelhoudersbelang voorop stond. Een verlies op een dergelijke lening was volgens de HR niet aftrekbaar.


Koren op de molen van de inspecteurs natuurlijk, want veel DGA’s zien zich nu geconfronteerd met een lening die niet in box 1 tot een verlies mag leiden. De aftrekpost verschuift naar het veel minder aantrekkelijk tarief van box 2 (25%). Niet dat de DGA zich hier zonder meer bij neer zou moeten leggen, want zelfs de Staatssecretaris heeft aangegeven dat in dit soort kwestie redelijkheid en billijkheid in acht moeten worden genomen. Maar de inspecteurs proberen het toch! 


Al met al zijn dit voorbeelden van de valkuilen en obstakels die een DGA in zijn fiscale leven tegen kan komen. Veel problemen zijn te voorkomen door als DGA altijd uw fiscale positie goed in de gaten te houden en de risico’s in kaart te brengen. Laat u daarbij goed adviseren. Dit kan veel discussie met de belastingdienst en onnodig afrekenen met de fiscus voorkomen.

 

Bron: Alex van den Kerkhoff  deWaardKramer belastingadviseurs mrt2010
DePensioenMakelaar.nl  



Laatste update: 30/01/2012 10:01.43