VerbijsterendAdvies.nl
Persoonlijk maatwerk in verzekeringen en financiŽle diensten van De PensioenMakelaar & De HypothekenMakelaar

Vaststellingsovereenkomst via vakbond is bindend

 

Een werknemer kan toch gebonden zijn aan een beëindigingsovereenkomst die hij niet ondertekend heeft. Als er overeenstemming was over alle punten en de werknemer is bijgestaan door een vakkundig adviseur, kan hij zich niet opeens bedenken.

 

De situatie

Een purser bij een luchtvaartmaatschappij maakt privé gebruik van de zakelijke creditcard, zonder dat te melden en zonder het bedrag van ruim € 3.000 spontaan terug te betalen. De werkgever vindt dit een reden voor ontslag maar doet de werkneemster een beëindigingsvoorstel omdat ze al dertig jaar in dienst is. De werkneemster schakelt de vakbond in, die als haar gemachtigde optreedt. Van alle correspondentie tussen de gemachtigde en de werkgever krijgt de werkneemster een cc’tje.

 

Op 4 november 2010 worden de partijen het eens over de beëindigingsovereenkomst, met een uitdienstdatum van 1 april 2011. De overeenkomst wordt rechtstreeks naar de werkneemster gestuurd. Die doet vervolgens niets. Op 2 december neemt een andere persoon namens de werkneemster contact op met de werkgever en meldt op 13 december dat de werkneemster niet heeft ingestemd met de beëindiging van het dienstverband.

De werkgever heeft die brief beantwoord. Begin februari 2011 krijgt de werkneemster een uitdienstbrief gestuurd. Pas in maart reageert ze via haar advocaat, die aangeeft dat er nog steeds geen overeenstemming over de beëindiging is. De werkgever meldt de werkneemster op 1 april uit dienst.

 

De vordering

In een kort geding vordert de werkneemster wedertewerkstelling en doorbetaling van haar salaris.  De kantonrechter wijst die vordering toe, onder meer omdat de werkgever de onderzoeksplicht zou hebben geschonden en omdat de medewerker van de vakbond niet bevoegd was de beëindigingsovereenkomst te sluiten. De werkgever gaat in hoger beroep.

 

Het oordeel

Het hof gaat niet mee in het oordeel van de kantonrechter. De werkneemster heeft niet duidelijk gemaakt dat de vakbondsmedewerker de overeenkomst niet mocht aangaan. Het is duidelijk dat er vooraf een gesprek heeft plaatsgevonden tussen de medewerker, de werkneemster en een jurist van de vakbond. De werkneemster heeft ook op geen enkele wijze afstand gedaan van het duidelijk namens haar gedane tegenvoorstel. Pas op 13 december (1,5 maand later dus) heeft ze laten weten dat ze zich niet in de vaststellingsovereenkomst van 04112010 kon vinden. Na reactie van de werkgever eind december 2010 heeft ze pas weer in maart 2011 iets laten horen.

 

Eisen aan een vaststellingsovereenkomst

Er zijn geen specifieke wettelijke voorschriften voor het beëindigen van een arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden. Daarvoor gelden de gewone regels voor een overeenkomst, zoals die van aanbod en aanvaarding,.

In dit geval is er duidelijk sprake van een aanbod, het tegenvoorstel van de werkneemster via haar gemachtigde, en de aanvaarding daarvan door de werkgever. Daarmee is de beëindigingsovereenkomst juridisch perfect tot stand gekomen. De werkneemster kan zich dus niet zomaar terugtrekken.

 

De werkgever heeft volgens het hof zijn onderzoeksplicht niet geschonden. Er was geen plicht om te onderzoeken of de vakbondsmedewerker wel of niet namens de werkneemster handelde omdat er duidelijk cc’s aan de werkneemster werden verstuurd. De werkgever mocht er ook van uitgaan dat de werkneemster voldoende op de hoogte was van de gevolgen van het ontslag nu ze werd bijgestaan door een vakbondsmedewerker.

 

Bron: P&OActueel 09012012 / mr. Ingrid Kooijman JAR 2011/311 Hof Amsterdam Vaststellingsovereenkomst Hoger beroep 25 oktober 2011

VerbijsterendAdvies.nl



Laatste update: 09/01/2012 11:13.22