VerbijsterendAdvies.nl
Persoonlijk maatwerk in verzekeringen en financiŽle diensten van De PensioenMakelaar & De HypothekenMakelaar

Andere werktijden niet zo maar afdwingbaar door werknemer

 

Een werknemer die afwijkende werktijden wenst krijgt nul op het rekest, aangezien het belang van de werkgever volgens de kantonrechter zwaarder weegt.

 

De situatie

Een werknemer is in dienst bij een bedrijf dat verhuist van Hoofddorp naar Amersfoort. Hij heeft overplaatsing naar de nieuwe standplaats in oktober 2009 vrijwillig aanvaard. Hij kan gebruik maken van de aangeboden extra reiskostenvergoeding, extra reistijdvergoeding en eventueel een verhuiskostenvergoeding.
Begin 2010 verzoekt de werknemer om een vermindering van zijn werktijden en om een andere spreiding van zijn werkuren over de week.
De werkgever gaat akkoord met de urenvermindering maar niet met de spreiding van de uren. Binnen de afdeling wordt er gewerkt met een rooster met drie verschillende diensten. Een belangrijk onderdeel van de service van het bedrijf is dat klanten op vaste dagdelen met hun vaste contactpersoon contact kunnen hebben. Het verzoek van de werknemer wijkt af van die diensten. De werkgever staat de werknemer al toe om als enige in het team op een afwijkende tijd te beginnen. De werkgever wijst het verzoek niet zomaar af: hij stelt nog voor dat de werknemer een of twee dagdelen minder gaat werken. Later stelt de werkgever nog voor dat de werknemer drie maanden de tijd krijgt om intern en extern naar een andere baan te zoeken, begeleid door het resource center van de werkgever. Tijdens die periode wordt hij dan vrijgesteld van werk ! Er gaan wat brieven heen en weer maar ze komen er niet uit. Uiteindelijk doet de werkgever nog een beëindigingsvoorstel maar ook dat wijst de werknemer af.

De vordering
De werknemer vraagt nu de kantonrechter om de verzochte urenspreiding af te dwingen. Hij baseert zijn vordering op de Wet aanpassing arbeidsduur (artikel 2 lid 6).

 

Het oordeel
De rechter wijst de vordering van de werknemer af.  De WAA is niet van toepassing omdat in de wetsgeschiedenis staat dat de werkgever de spreiding van de uren vaststelt omdat die verantwoordelijk is voor de efficiency en effectiviteit van de bedrijfsvoering. Als er een reden is om daarvan af te wijken, biedt artikel 6:258 BW* voldoende aanknopingspunten.

 

Beroep op Arbeidstijdenwet faalt
Een beroep op de Arbeidstijdenwet werkt ook niet. Daarin staat dat de werkgever, voor zover mogelijk, bij het vaststellen van de arbeidspatronen rekening moet houden met de persoonlijke omstandigheden van de werknemer, waaronder zorgtaken voor familieleden. Maar in dit geval is er geen sprake van een zorgtaak. De werknemer wil eerder thuis zijn zodat hij met zijn partner kan eten. Die moet bepaalde medicijnen innemen tijdens de maaltijd op een vastgesteld tijdstip maar heeft daar geen hulp bij nodig.

 

Belang werkgever weegt zwaarder
Tot slot maakt de rechter een belangenafweging om te kunnen oordelen of de vordering op basis van het genoemde artikel 6:258 BW of de eisen van goed werkgeverschap kan worden toegewezen. * Artikel 6:258 zegt dat de rechter de gevolgen van een overeenkomst kan wijzigen of deze geheel of gedeeltelijk kan ontbinden op grond van onvoorziene omstandigheden. Daarvoor gelden uiteraard de nodige voorwaarden.
De belangen van de werkgever wegen zwaarder, oordeelt de rechter. Die is al deels aan de wensen van de werknemer tegemoetgekomen en heeft een duidelijk bedrijfsbelang bij het handhaven van de diensten. Het belang van de werknemer is minder groot omdat het om een wens gaat en niet een noodzaak om samen met zijn partner te kunnen dineren.

 

Bron: P&OActueel LJN BU4901 Kantonrechter Utrecht Wet aanpassing arbeidsduur Eerste aanleg 17 november 2011 Door mr. Ingrid Kooijman »     

VerbijsterendAdvies.nl



Laatste update: 19/12/2011 10:28.33