VerbijsterendAdvies.nl
Persoonlijk maatwerk in verzekeringen en financiŽle diensten van De PensioenMakelaar & De HypothekenMakelaar

Lunchritten met auto van de zaak kwalificeren als woon-werkverkeer

21 november 2011

Samenvatting

Onlangs heeft de Hoge Raad beslist dat lunchritten van werk naar huis met de auto van de zaak als woon-werkverkeer kwalificeren en dus niet meetellen voor het maximaal toegestane privégebruik van 500 kilometer op jaarbasis. De Hoge Raad verwierp de stelling van de staatssecretaris dat het woon-werkverkeer slechts beperkt is tot de ritten van het woon- naar het werkadres met het doel daar de werkzaamheden te verrichten en vervolgens de ritten in omgekeerde richting aan het einde van de dag na het beëindigen van de werkzaamheden. Voor een dergelijke beperkte uitleg is immers in de wettekst noch in de wetsgeschiedenis een aanknopingspunt te vinden. Ook de ritten tussen de woning en de plaats van werkzaamheden die in de loop van een werkdag plaatsvinden, moeten volgens de Hoge Raad tot het woon-werkverkeer worden gerekend.

Volledig artikel

Onlangs heeft de Hoge Raad beslist dat lunchritten van werk naar huis met de auto van de zaak als woon-werkverkeer kwalificeren en derhalve niet meetellen voor het maximaal toegestane privégebruik van 500 kilometer op jaarbasis.

In deze zaak ging het om een directeur-grootaandeelhouder (dga) die met de auto van de zaak gewoonlijk tussen de middag naar huis reed om daar zijn lunch te gebruiken en enige zakelijke werkzaamheden te verrichten. De dga hield een sluitende rittenadministratie bij, waarbij hij de lunchritten als zakelijk aanmerkte. De fiscale bijtelling voor privégebruik werd niet toegepast. De inspecteur was het hiermee niet eens en legde de dga naheffingsaanslagen in de loonbelasting op over het jaar 2006 en 2007. Op het door de dga hiertegen ingestelde bezwaar handhaafde de inspecteur de naheffingsaanslagen. Hierop ging de dga in beroep bij Rechtbank Arnhem.

Voor de rechtbank, het hof en de Hoge Raad lag steeds de vraag of de lunchritten naar huis met de auto van de zaak kwalificeren als zakelijk woon-werkverkeer dan wel als privégebruik van de auto van de zaak (zie over de uitspraak van de rechtbank Belastingnieuws van 25 september 2009. De inspecteur stelde zich op het standpunt dat de ritten als privégebruik moeten worden aangemerkt. De dga was van mening dat de lunchritten als zakelijke kilometers kwalificeren.

Rechtbank Arnhem oordeelde dat de lunchritten tot het woon-werkverkeer van de dga behoorden en vernietigde de naheffingsaanslagen. De inspecteur ging in hoger beroep bij Hof Arnhem, dat de uitspraak van de rechtbank bevestigde. Volgens het hof bleek uit de wetgeschiedenis bij het Belastingplan 2004 dat het woon-werkverkeer zonder enige beperking als zakelijk verkeer is aangemerkt ter vereenvoudiging van de wetgeving en vermindering van de administratieve lasten. Hiertegen stelde de staatssecretaris een cassatieberoep in. De Hoge Raad verwierp de stelling van de staatssecretaris dat het woon-werkverkeer slechts beperkt is tot de ritten van het woon- naar het werkadres met het doel daar de werkzaamheden te verrichten en vervolgens de ritten in omgekeerde richting aan het einde van de dag na het beëindigen van de werkzaamheden. Voor een dergelijke beperkte uitleg is immers in de wettekst noch in de wetsgeschiedenis een aanknopingspunt te vinden. Ook de ritten tussen de woning en de plaats van werkzaamheden die in de loop van een werkdag plaatsvinden, moeten volgens de Hoge Raad tot het woon-werkverkeer worden gerekend. Het cassatieberoep van de staatssecretaris werd ongegrond verklaard.

Bron: PWC 22112011 / Hoge Raad, 11-11-2011, nr. 10/05389 (gepubliceerd 11-11-2011).

VerbijsterendAdvies.nl

 



Laatste update: 22/11/2011 10:16.13