VerbijsterendAdvies.nl
Persoonlijk maatwerk in verzekeringen en financiŽle diensten van De PensioenMakelaar & De HypothekenMakelaar

Navorderingsaanslag beoordeeld: summiere cryptische info op aanslagbiljet maakte fout niet kenbaar: geen navordering !

Samenvatting

Een inspecteur kan in beginsel een navorderingsaanslag opleggen als hij over een zogeheten nieuw feit beschikt dat hem niet bekend was en hem niet bekend hoefde te zijn ten tijde van het opleggen van de aanslag. In bijzondere omstandigheden kan hij ook tot navordering overgaan. Dat is onder meer het geval als sprake is van een opzettelijk foutieve aangifte (kwade trouw) of om een duidelijk kenbare type-, schrijf- of rekenfout of een daarmee gelijk te stellen vergissing in de eerder opgelegde aanslag te herstellen. Rechtbank Leeuwarden heeft onlangs in een feitelijke procedure beslist dat de inspecteur geen navorderingsaanslag successierecht (sinds 1 januari 2010 erfbelasting geheten) kon opleggen. De procedure betrof de erfrechtelijke verkrijging van een man van zijn overleden tante. Een kopie van het testament was de inspecteur toegezonden. Daaruit had hij kunnen afleiden om welke familierelatie het ging. Op het aanslagbiljet stond ten onrechte tariefgroep II (o.a. broers, zusters en ouders, ) vermeld in plaats van tariefgroep III (andere verkrijgers). Daardoor was de erfrechtelijke verkrijging tegen een te laag belastingtarief belast. Op het aanslagbiljet was verder niet aangegeven wat tariefgroep II eigenlijk inhield. De rechtbank was op basis van de feiten van oordeel dat geen sprake was van een nieuw feit, evenmin van kwade trouw en ook niet dat sprake was van een type- schrijf- of rekenfout die de man kenbaar moest zijn geweest. De rechtbank vernietigde daarop de navorderingsaanslag.

Volledig artikel

De regels voor het opleggen van een navorderingsaanslag kunnen onder omstandigheden complex zijn. Uitgangspunt is dat een inspecteur in beginsel een navorderingsaanslag kan opleggen als hij over een zogeheten nieuw feit beschikt dat hem niet bekend was en hem niet bekend hoefde te zijn ten tijde van het opleggen van de aanslag. In bepaalde situaties kan de inspecteur ook zonder een nieuw feit een navorderingsaanslag opleggen. Dit is onder meer het geval als sprake is van ‘kwade trouw’ van de belastingplichtige. Verder kan de inspecteur een navorderingsaanslag opleggen om een duidelijk kenbare type-, schrijf- of rekenfout of een daarmee gelijk te stellen vergissing in de eerder opgelegde aanslag te herstellen. Rechtbank Leeuwarden heeft onlangs in een feitelijke procedure uitspraak gedaan over de vraag of de inspecteur een navorderingsaanslag successierecht (sinds 1 januari 2010 erfbelasting geheten) kon opleggen op grond van een redelijkerwijs kenbare fout. De zaak was vereenvoudigd weergegeven als volgt.
 
Een man verkreeg een erfenis uit de nalatenschap van zijn in 2007 overleden tante. Een executeur-testamentair had zijn belaste verkrijging uit de nalatenschap berekend op € 16.760. Een kandidaat-notaris had vervolgens namens de erfgenamen in 2008 de gezamenlijk aangifte successierecht ingediend en had daarbij een kopie van het testament bijgevoegd waaruit bleek dat de man een neef was van de overledene.

De inspecteur had op de verkrijging van de man ten onrechte tariefgroep II (o.a. broers, zusters en ouders, ) toegepast  in plaats van duurderde tariefgroep III (andere verkrijgers). Daardoor was de erfrechtelijke verkrijging tegen een te laag belastingtarief belast. De kandidaat-notaris had het aanslagbiljet toegezonden gekregen en had de fout in eerste instantie niet opgemerkt. Hij had de man zelfs een kopie van het aanslagbiljet toegezonden met daarbij een begeleidend briefje waarin hij schreef dat de aanslag overeenstemde met de ingediende aangifte, dat het door de notaris berekende te betalen successierecht te hoog was vastgesteld, maar dat deze misslag door de belastingdienst was gecorrigeerd.  Kort daarna ontdekte de notaris de echte fout en meldde dit aan de belastingdienst. De inspecteur legde de man een navorderingsaanslag op naar een te betalen bedrag van € 2.360 die hij na bezwaar verminderde tot € 2.227. De zaak kwam vervolgens voor Rechtbank Leeuwarden.

De rechtbank was op basis van de feiten van oordeel dat geen sprake was van een nieuw feit, evenmin van kwade trouw en ook niet dat sprake was van een type- schrijf- of rekenfout die de man redelijkerwijs kenbaar moest zijn geweest. Uit de man toegestuurde aanslagbiljet had de man redelijkerwijs niet kunnen vaststellen dat er een fout was gemaakt. Het was niet gesteld of gebleken dat op het aanslagbiljet stond aangegeven dat de man als broer van de overledene was aangemerkt. De niet-kenbaarheid van de fout zag de rechtbank bovendien bevestigd in de omstandigheid dat zelfs een ter zake kundig persoon als een kandidaat-notaris de fout niet direct had opgemerkt. De rechtbank verklaarde daarop het beroep van de man gegrond en verminderde de navorderingsaanslag tot nihil.

Bron: PWC 05112011 / Rechtbank Leeuwarden, 15-12-2008, nr. 08/374 (gepubliceerd 1-11-2011).

VerbijsterendAdvies.nl

 



Laatste update: 05/11/2011 10:26.26