VerbijsterendAdvies.nl
Persoonlijk maatwerk in verzekeringen en financiŽle diensten van De PensioenMakelaar & De HypothekenMakelaar

Ontslagvergoeding na onderbreking dienstverband: alleen laatste periode telt mee

Een chauffeur die tussentijds vier maanden uit dienst is op een totaal van 21 dienstjaren krijgt een ontslagvergoeding die alleen gebaseerd is op de dienstjaren van na de onderbreking.


 

De situatie

Een chauffeur neemt op 1 mei 1999 ontslag bij Martinair. Hij was al sinds 1986 in dienst. In oktober van datzelfde jaar komt hij weer terug, op dezelfde functie. In september 2007 laat de werkgever het personeel weten dat het bedrijf zich in zwaar weer bevindt en dat er een vrijwillige vertrekregeling is opengesteld. De chauffeur krijgt het aanbod om per 1 november 2008 ontslag te nemen met een vergoeding op basis van de kantonrechtersformule. De werkgever biedt hem, uitgaande van een dienstverband vanaf 2007, een bedrag van € 36.300,12 bruto. De werknemer geeft op een formulier aan dat hij gebruik wil maken van dit aanbod. Hij ondertekent het formulier en stuurt het terug aan de werkgever. Hij laat de werkgever weten dat die nog even moet wachten met uitbetalen omdat hij met een adviseur bezig is met een lijfrentepolis. Dan stuurt de gemachtigde van de werknemer op 2 december 2008 een brief waarin staat dat bij het berekenen van de beëindigingsvergoeding had moeten worden uitgegaan van het dienstverband vanaf 21 april 1986, waardoor de werknemer recht heeft op een vergoeding van € 80.000.


 

Bij de kantonrechter

De werknemer stapt naar de kantonrechter om het hogere bedrag te vorderen maar die wijst de vordering af. De werknemer heeft volgens de rechter hoe dan ook geen recht op een ontslagvergoeding gebaseerd op beide dienstverbanden. De werknemer gaat in hoger beroep.


 

In hoger beroep

Het hof vindt dat de werknemer geen recht heeft op de € 80.000. Hij heeft destijds vrijwillig ontslag genomen, hij is vrijwillig weer teruggekomen en is ook vrijwillig akkoord gegaan met de aangeboden ontslagregeling. De werkgever hoefde daarom het eerste dienstverband niet te betrekken bij de berekening van de beëindigingsvergoeding. Ook al ging het om dezelfde functie en was de onderbreking maar vijf maanden, en heeft de werknemer bij elkaar opgeteld totaal ruim 21 jaar voor de werkgever gewerkt. Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter.


 

Bron: P&OActueel 02112011 / mr. Ingrid Kooijman JAR 2011/223 Hof Amsterdam Onderbreking dienstverband
Hoger beroep 19 juni 2011

VerbijsterendAdvies.nl


 



Laatste update: 02/11/2011 09:16.59