VerbijsterendAdvies.nl
Persoonlijk maatwerk in verzekeringen en financiŽle diensten van De PensioenMakelaar & De HypothekenMakelaar

Dikke (pensioen)aftrekpost goedgekeurd ! Kosten inkoop pensioen wegens pensioentekort over verstreken dienstjaren in één keer ten laste van de winst

Samenvatting

Rechtbank Haarlem heeft onlangs in een feitelijke procedure beslist dat een nv alle kosten van een voorwaardelijke pensioentoezegging in één keer ten laste van de winst over 2006 kon brengen. De pensioentoezegging hield verband met de inkoop van pensioen voor werknemers met een ‘niet benutte jaarruimte’ (d.w.z. een pensioentekort) over verstreken dienstjaren bij de nv en haar groepsmaatschappijen. De rechtbank stelde vast dat uit feiten en omstandigheden bleek dat deze kosten geen verband hielden met toekomstige arbeid van deze werknemers. De hoogte van de kosten van inkoop van pensioen stond namelijk vast en deze kosten werden niet meer beïnvloed door toekomstige arbeid, ondernemingsactiviteiten en/of ondernemingsresultaat. Daardoor was ook voldaan aan het toerekeningsvereiste dat –naast het oorsprongsvereiste en zekerheidsvereiste- geldt om een voorziening te kunnen vormen voor bepaalde kosten.

Volledig artikel

Bedrijven kunnen onder voorwaarden met toekomstige uitgaven rekening houden door het vormen van een voorziening. De 3 voorwaarden voor het kunnen vormen van een voorziening zijn strikt en liggen besloten in het zogeheten Baksteenarrest uit 1998. Deze voorwaarden zijn als volgt:

  1. oorsprongsvereiste
    de toekomstige uitgaven vinden hun oorsprong in feiten en omstandigheden die zich in de periode voorafgaand aan de balansdatum hebben voorgedaan (oorsprongsvereiste);
  2. toerekeningsvereiste
    de toekomstige uitgaven kunnen aan die periode worden toegerekend (toerekeningsvereiste);
  3. zekerheidsvereiste
    er bestaat een redelijke mate van zekerheid dat de toekomstige uitgaven zich zullen voordoen (zekerheidsvereiste).

Rechtbank Haarlem heeft onlangs in een feitelijke procedure uitspraak gedaan over de vraag of een werkgever (een concern) de kosten van een voorwaardelijke pensioentoezegging geheel aan één jaar (2006) mocht toerekenen. Het oorsprongsvereiste en zekerheidsvereiste waren in deze procedure geen punt van discussie.
 
Deze toezegging hield verband met de inwerkingtreding per 1 januari 2006 van de Wet aanpassing fiscale behandeling  VUT/prepensioen en introductie levensloopregeling (Wet VPL). Deze wet hield voor de meeste werknemers een versobering in van (de fiscale faciliëring van) de mogelijkheid om vóór de leeftijd van 65 jaar vervroegd met pensioen te gaan. Een topholding (nv) en enkele verbonden concernvennootschappen wilden de wat oudere werknemers in 2006 hiervoor tegemoetkomen door hen die in de dienstjaren bij het concern nog ‘fiscale ruimte’ hadden’ (kort gezegd: een tekort hadden in hun pensioenopbouw) een voorwaardelijke pensioentoezegging te doen die zij konden benutten voor een pensioen ingaand op 65-jarige leeftijd. Deze werknemers kregen aanvullende pensioenaanspraken totdat naar fiscale maatstaven genomen geen sprake meer was van een pensioentekort. Als voorwaarde gold dat de werknemer op de laatste dag van de maand waarin hij 62 jaar is geworden -dan wel 31 december 2020 als de werknemer nog niet deze leeftijd heeft bereikt- nog in dienst moest zijn bij het concern. Zo niet, dan vond een herrekening (korting) plaats van de aanvullende pensioenaanspraken.
 
De nv vormde in 2006 een voorziening voor de kosten van deze voorwaardelijke pensioentoezegging en wel ter hoogte van alle kosten (d.w.z. in één bedrag) van deze pensioentoezegging. Bij het vaststellen van de aanslag vennootschapsbelasting over het jaar 2006 stelde de inspecteur zich op het standpunt dat de nv niet alle kosten alleen aan het jaar 2006 mocht toerekenen, maar aan de periode van 2006 tot en met 2020. De inspecteur was van mening dat er een verband was tussen de toezegging aan de werknemers en hun toekomstige arbeid. Het toerekeningsvereiste liet dan niet toe dat alle kosten in één keer ten laste van de winst over 2006 mochten worden gebracht. De zaak kwam voor
Rechtbank Haarlem.
 
De rechtbank bekeek de achtergronden van de fiscale ontwikkelingen rond de Wet VPL en het Sociaal Akkoord 2004 dat het kabinet en werkgevers- en werknemersorganisaties in verband daarmee hadden gesloten. Op grond van een bepaling uit het uitvoeringsbesluit van het Sociaal Akkoord was het werkgevers toegestaan om de kosten van –kort gezegd- de inkoop van pensioen over verstreken dienstjaren van oudere werknemers met een pensioentekort- eventueel uitgesteld te financieren. Het uitstel liep tot uiterlijk 15 jaar na het tijdstip waarop een werkgever de pensioentoezegging had gedaan. Het uitstel van de financiering was voor werkgevers nodig omdat het verlenen van onvoorwaardelijke pensioenaanspraken aan werknemers normaal ertoe leidt dat werkgevers deze aanspraken direct bij de pensioenfondsen moeten affinancieren. Dat zou bij werkgevers tot grote liquiditeitsproblemen kunnen leiden. De rechtbank leidde hieruit af dat een (eventuele) toekomstige financiering (over maximaal 15 jaar) geen verband hield met toekomstige arbeid van werknemers en
ook niet was bedoeld om werknemers aan werkgevers te binden.
 
De rechtbank stelde vervolgens vast dat er ook anderszins geen feiten en omstandigheden waren waaruit een verband met toekomstige arbeid bleek en dat het door de inspecteur aangehaalde arrest van 28 januari 2011 voor de onderhavige procedure niet relevant was. Dat arrest had betrekking op meerkosten van een seniorenverlofregeling van werknemers die in de toekomst van die regeling gebruik wilden maken. In de onderhavige procedure betrof het kosten van in eerdere jaren (tot en met 2005) niet benutte pensioenruimte, welke vaststonden en niet meer werden beïnvloed door toekomstige arbeid, ondernemingsactiviteiten en/of ondernemingsresultaat.
 
De rechtbank kwam tot de conclusie dat de nv terecht in 2006 een voorziening had gevormd voor de totale kosten van de pensioentoezegging en verklaarde het beroep gegrond.

Bron: PWC 6 september 2011 / Rechtbank Haarlem, 15-3-2011, nr. 09/5766 (gepubliceerd 5-9-2011).

 

DePensioenMakelaar.nl

 



Laatste update: 07/09/2011 19:57.31