VerbijsterendAdvies.nl
Persoonlijk maatwerk in verzekeringen en financiŽle diensten van De PensioenMakelaar & De HypothekenMakelaar

Fiscale aansprakelijkheid bestuurder getoetst: let op: diverse termijnen bij betalingsonmacht

23 augustus 2011

Samenvatting

Als een vennootschap haar verschuldigde belastingen (zoals de loonbelasting, omzetbelasting en vennootschapsbelasting) en sociale premies niet kan betalen, is/zijn de bestuurder(s) verplicht tijdig een melding van betalingsonmacht aan de ontvanger te doen. Wordt aan de meldingsplicht niet of niet op de juiste wijze voldaan, dan wordt wettelijk vermoed dat de niet-betaling aan de bestuurder is te wijten als gevolg van aan hem te wijten kennelijk onbehoorlijk bestuur. In bepaalde omstandigheden kan de bestuurder dat wettelijke vermoeden weerleggen. Maar wat is tijdig en op welk tijdstip moet de betalingsonmacht worden beoordeeld? Dat hangt mede van het type aanslag af en ook of de belastingdienst nog een aanmaning tot betaling van belastingaanslagen heeft verzonden. De Hoge Raad heeft onlangs een arrest gewezen waarin dit aan de orde kwam. De Hoge Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank dat in dit geval sprake was van betalingsonmacht op het moment van de ontvangst van de aanmaning tot betaling van de belastingaanslag(en). Het stond namelijk vast dat de vennootschap op dat moment niet in staat was de belasting te betalen. Dat stond nog niet vast toen de naheffingsaanslagen werden opgelegd. Wat betreft de duur van de termijn voor het doen van een melding van betalingsonmacht, geldt een termijn van twee weken na ontvangst van de aanmaning. De Hoge Raad bevestigde de uitspraak van Rechtbank Arnhem die Hof Arnhem had vernietigd.

Volledig artikel

Als een rechtspersoon, zoals een bv, bepaalde belastingen (zoals de loonbelasting, omzetbelasting en vennootschaps-belasting) en premies sociale verzekeringen niet meer kan betalen, is die vennootschap verplicht dat tijdig aan de ontvanger van de belastingdienst te melden. Elk van de bestuurders van de vennootschap is bevoegd om namens die vennootschap aan die verplichting te voldoen. In ons nieuwsbericht van 25 januari 2011 hebben we de hoofdlijnen van deze regeling weergegeven. Maar wat is tijdig en op welk tijdstip moet de betalingsonmacht worden beoordeeld? Deze vragen kwamen aan de orde in een procedure waarin de Hoge Raad onlangs uitspraak heeft gedaan.
 
De procedure betrof een bestuurder die voor diverse deels onbetaald gelaten naheffingsaanslagen omzetbelasting en loonbelasting aansprakelijk was gesteld. De naheffingsaanslagen hadden betrekking op diverse tijdvakken in 2006 en 2007. De bestuurder gaf aan dat hij deze aanslagen om andere redenen dan wegens betalingsonmacht onbetaald had gelaten. Er was sprake van computertechnische problemen en hij had daarnaast de betaling van andere crediteuren voorrang gegeven. Kort daarop ontving de bestuurder een aanmaning tot betaling. Op dat moment was de bv niet meer in staat de verschuldigde belasting af te dragen of te voldoen. Binnen twee weken na ontvangst van de aanmaning meldde de bestuurder de betalingsonmacht van de bv, maar dat weerhield de ontvanger er niet van hem toch aansprakelijk te stellen.
 
Rechtbank Arnhem ging te rade bij in de regelgeving in de Invorderingswet over de melding van betalingsonmacht. Daarin staat aangegeven dat deze melding uiterlijk twee weken na de vervaldag van een belastingaanslag moet zijn gedaan. De vervaldag is de dag waarop de verschuldigde belasting moet zijn afgedragen of voldaan. De wet schrijft voor een aanslag omzetbelasting, loonbelasting en vennootschapsbelasting verschillende betalingstermijnen voor. Een vervaldatum van een individuele belastingaanslag hangt dus af van de betalingstermijn van die aanslag. Voor een naheffingsaanslag moet de melding van de betalingsonmacht uiterlijk twee weken na de vervaldag worden gedaan. Daarbij geldt dan als voorwaarde dat naheffing plaatsvindt omdat de verschuldigde belasting meer beloopt dan volgens de gedane aangifte en de vennootschap op dit punt geen opzet of grove schuld is te verwijten.
 
Op basis van hetgeen de bestuurder over de gang van zaken rond de naheffingsaanslagen had verklaard, was de rechtbank van oordeel dat op de vervaldata van de naheffingsaanslagen nog geen sprake was van betalingsonmacht, maar wel op het moment van de ontvangst van de aanmaning. Vervolgens rees de vraag binnen welke termijn de bestuurder de betalingsonmacht had moeten melden. De rechtbank sloot hiervoor aan bij de eerdergenoemde termijn van twee weken in de Invorderingswet, dat wil in dit geval zeggen twee weken na ontvangst van de aanmaning. De rechtbank maakte uit de feiten op dat de bestuurder binnen twee weken na ontvangst van de betalingsonmacht de melding had gedaan en dat was dus tijdig. De rechtbank vernietigde daarop de beschikking aansprakelijkstelling. De zaak kwam uiteindelijk voor de
Hoge Raad die de uitspraak van de rechtbank bevestigde
 
Bron: PWC 24082011 / Hoge Raad, 12-8-2011, nr. 10/02236.

DeHypothekenMakelaar.nl

 



Laatste update: 24/08/2011 10:02.28