VerbijsterendAdvies.nl
Persoonlijk maatwerk in verzekeringen en financiŽle diensten van De PensioenMakelaar & De HypothekenMakelaar

3 Kenmerken dienstbetrekking: Aannames alleen onvoldoende basis om management-bv terzijde te kunnen stellen

Samenvatting

Management-bv’s kunnen in bepaalde situaties op verhoogde aandacht rekenen van de fiscus. Het betreft met name de situatie waarin de directeur-grootaandeelhouder (dga) van de management-bv aan een derde ter beschikking wordt gesteld voor het voeren van managementactiviteiten alwaar de dga voorheen in dienstbetrekking werkzaam was. Als de managementovereenkomst met de derde dienstbetrekkingachtige elementen bevat en bovendien in de latere situatie weinig is veranderd ten opzichte van de situatie van de toenmalige dienstbetrekking, kan de inspecteur de managementovereenkomst negeren en (voor de rechter met succes) stellen dat er nog steeds een dienstbetrekking met die derde aanwezig is. Of de inspecteur daarin slaagt, hangt van feiten en omstandigheden van het geval af en ook van de bewijsmiddelen die de inspecteur voor zijn stelling aandraagt. Het klakkeloos uitgaan van bepaalde aannames is daartoe onvoldoende. Dit blijkt weer eens uit een recente uitspraak van Hof Den Haag.

Volledig artikel

Management-bv’s kunnen in bepaalde situaties op verhoogde aandacht rekenen van de fiscus. Het betreft met name de situatie waarin de directeur-grootaandeelhouder (dga) van de management-bv aan een derde ter beschikking wordt gesteld voor het voeren van managementactiviteiten alwaar de dga voorheen in dienstbetrekking werkzaam was. Als de managementovereenkomst met de derde dienstbetrekkingachtige elementen bevat en bovendien in de latere situatie weinig is veranderd ten opzichte van de situatie van de toenmalige dienstbetrekking, b de managementovereenkomst negeren en (voor de rechter met succes) stellen dat er nog steeds een dienstbetrekking met die derde aanwezig is en de derde een naheffingsaanslag loonbelasting/premie volksverzekeringen opleggen.

Er is sprake van een dienstbetrekking als een arbeidsverhouding de volgende drie kenmerken bevat, te weten:
1. het persoonlijk verrichten van arbeid;
2. een verplichting tot het betalen van een loon;
3. er is sprake van een gezagsverhouding.

Of  de inspecteur slaagt in het terzijde stellen van de managementovereenkomst, hangt van feiten en omstandigheden van het geval af en ook van de bewijsmiddelen die de inspecteur voor zijn stelling aandraagt. Het klakkeloos uitgaan van bepaalde aannames is daartoe onvoldoende. Dit blijkt weer eens uit een recente uitspraak van Hof Den Haag. De zaak was vereenvoudigd weergegeven als volgt.
 
De management-bv van een man was op 1 september 2003 een managementovereenkomst aangegaan met een bv van een bouwonderneming waar de man voordien als directeur werkzaam was geweest. Het was hem toegestaan om naast zijn werkzaamheden bij de bv ook het management te voeren over diverse bouwprojecten van derden. Deze werkzaamheden verrichtte hij ook via zijn management-bv. De bv betaalde de management-bv maandelijks een vast bedrag als managementvergoeding. Naar aanleiding van een boekenonderzoek bij de bv stelde de inspecteur zich op het standpunt dat na 1 september 2003 nog steeds sprake was van een dienstbetrekking met de voormalige directeur. De inspecteur stelde dat de invulling van de functie van de man als directeur bij de bv feitelijk onveranderd was gebleven. Volgens de inspecteur moest de man die functie nog steeds persoonlijk verrichten waarbij hij de aanwijzingen van de aandeelhouders in acht moest nemen. Over de vergoeding merkte de inspecteur op dat deze na 1 september 2003 weliswaar vergoeding werd genoemd, maar in feite niets anders was dan loon van door de man verrichte arbeid. De inspecteur legde de bv vervolgens een naheffingsaanslag loonbelasting/premie volksverzekeringen op met boete. De Rechtbank liet de naheffingsaanslag voor het overgrote gedeelte in stand. De bv ging daarop in hoger beroep bij Hof Den Haag.
 
Het hof was snel met de stellingen van de inspecteur klaar. De inspecteur had niets ter onderbouwing van zijn stellingen aangevoerd en had zich alleen verlaten op een aantal aannames. Dat op zich was al onvoldoende. Het hof wees er daarnaast op dat de inspecteur de andere rechtsgevolgen van de managementovereenkomst wel accepteerde, zoals de betaling van de facturen van de managementvergoeding inclusief de daarover verschuldigde omzetbelasting, en dat de maandelijkse managementvergoeding voor de management-bv (€ 12.500) ongeveer € 6.000 hoger was dan het loon dat de man destijds als directeur ontving. Het hof verklaarde het hoger beroep van de bv gegrond en verminderde de naheffingsaanslag met de correctie in verband met de vermeende dienstbetrekking.
 
Bron: PWC 26072011 / Hof Den Haag, 24-6-2011, nr. 10/00065 (gepubliceerd 18-7-2011).

VerbijsterendAdvies.nl

 



Laatste update: 26/07/2011 10:28.31