VerbijsterendAdvies.nl
Persoonlijk maatwerk in verzekeringen en financiŽle diensten van De PensioenMakelaar & De HypothekenMakelaar

Hypotheekrenteaftrek buitenlandse woning 'opteren' niet langer nodig!

Vorige maand heeft Rechtbank Breda verklaard dat de rente in verband met de buitenlandse eigen woning in aftrek op het Nederlands inkomen moet worden toegestaan, ook zonder te opteren.


De niet-inwoner die de rente op diens buitenlandse woning in aftrek wil brengen van zijn Nederlands inkomen moet op basis van de Nederlandse nationale wetgeving kiezen voor de behandeling als binnenlands belastingplichtige. De keuze voor binnenlandse belastingplicht (hierna ook wel, het opteren, of het keuzerecht genoemd) brengt echter ook diverse nadelen met zich mee. Daardoor wordt het keuzerecht al sedert de invoering in strijd geacht met Europees recht. De fiscus is evenwel een andere mening toegedaan. Vorige maand heeft Rechtbank Breda echter verklaard dat de rente in verband met de buitenlandse eigen woning in aftrek op het Nederlands inkomen dient te worden toegestaan ook zonder te opteren.

Ontstaansgeschiedenis keuzerecht
Voor een goed inzicht schets ik nog kort de achtergrond van het keuzerecht. Het Hof van Justitie van de Europese-Unie (HvJ EG) heeft in haar arrest van 14 februari 1995 - het zogenoemde Schumacker-arrest - bepaald dat een in een lidstaat woonachtige werknemer die in een andere lidstaat zijn inkomen geheel of vrijwel geheel verwerft (lees: 90 % of meer) in die andere lidstaat niet zwaarder mag worden belast dan een inwoner van die andere lidstaat. Concreet betekent dit dat de wetgever rekening dient te houden met de persoonlijke tegemoetkomingen welke ook aan een inwoner worden verleend.
­
De Nederlandse wetgever heeft naar aanleiding van deze rechtspraak de keuze om behandeld te worden als binnenlands belastingplichtige opgenomen in haar inkomstenbelastingwetgeving. Door te kiezen voor de behandeling als binnenlands belastingplichtige komt men in principe in aanmerking voor alle aftrekposten. Zo wordt toegestaan dat de per saldo negatieve inkomsten (saldo van het eigenwoningforfait en de rentelasten) uit de in het buitenland gelegen eigen woning in mindering mogen worden gebracht op het Nederlands belastbaar inkomen.
­
Dat dit in overeenstemming is met Europees recht werd nog eens bevestigd in het arrest Peters-Lakebrink (HVJ EG 18 juli 2007). Hierin werd nader gepreciseerd dat de in het arrest Schumacker geformuleerde rechtspraak zich uitstrekt tot alle belastingvoordelen die verband houden met de fiscale draagkracht van een niet-ingezetene die in de woonstaat noch in de werkstaat worden verleend.
­
Hierna is in het arrest Renneberg (HVJ EG 16 oktober 2008) expliciet bepaald dat dit standpunt niet beperkt dient te worden tot persoonlijke tegemoetkomingen doch voor alle fiscale voordelen.

Nadelen van de keuzeregeling
Het opteren brengt ook enkele nadelen met zich mee met name de daarna gekoppelde inhaalregeling en de terugploegregeling kunnen het voordeel uit het verleden op enig moment terugnemen. Ik zet deze regelingen hier eerst nog beknopt uiteen.

Inhaalregeling
Opteren voor binnenlandse belastingplicht is voordelig op het moment dat het buitenlands inkomen per saldo negatief is, hetgeen bij een gefinancierde eigen woning veelal het geval is. Als op enig moment per saldo sprake is van positief buitenlands inkomen (lees: inkomen waarover Nederland op grond van het verdrag eigenlijk niet heffingsbevoegd is) is opteren niet voordelig en treden de nadelen van de inhaalregeling in werking. Daarbij dient men te denken aan situaties waarin men bijvoorbeeld ook in het woonland gaat werken of een pensioen krijgt; inkomen dat in principe belastbaar is in het woonland.
­
Door de gemaakte keuze zal Nederland het buitenlands inkomen - als onderdeel van het wereldinkomen – eerst in aanmerking nemen voor de vaststelling van het belastbaar Nederlands inkomen. Vervolgens zal Nederland voorkoming geven voor de inkomsten die niet in Nederland mogen worden belast, echter slechts voor zover er geen sprake (meer) is van gestalde negatieve buitenlandse inkomsten (lees: de som van de afgetrokken bedragen) uit het verleden. Deze bedragen worden jaarlijks bij beschikking vastgesteld. Nederland zal namelijk eerst deze bedragen 'inhalen' alvorens men deze vrij stelt, dit noemt men de inhaalregeling.

In dat geval ontstaat een situatie van dubbele belastingheffing! Het woonland is bevoegd te heffen omdat zij op grond van het Verdrag niet dient vrij te stellen; Nederland stelt niet vrij tot het niveau van de genoten aftrek in het verleden.

 

Terugploegregeling
Met de inhaalregeling wordt men evenwel niet geconfronteerd indien men niet langer opteert. Dan kan echter de terugploegregeling parten spelen. Deze stelt dat, indien niet wordt geopteerd, terwijl men wel kan opteren, de totale aftrek van de voorgaande acht jaren in het voorgaande jaar bij het belastbaar inkomen wordt geteld. De teruggenomen som wordt belast tegen het progressief tarief (max 52 %), waarbij de daadwerkelijke aftrek mogelijk zelfs tegen een lager tarief is genoten dan de terugname wordt belast.

 

Voorwaarden/Keuzerecht in strijd met Europees recht !
Een Nederlands ingezetene wordt niet geconfronteerd met deze sanctieregelingen. Dit speelt alleen voor de niet-ingezetenen. Deze zal volgens de Nederlandse nationale wet moeten opteren om de rente-aftek te genieten, doch haalt daarmee ook de risico’s van de sanctieregelingen binnen. Dit onderscheid wordt wel in strijd met Europees recht geacht.
­
Vorig jaar heeft het EUHof (HvJ EG, 18 maart 2010) in de zaak Gielen al geoordeeld dat het Europese recht zich verzet tegen een nationale regeling die, waar het gaat om de toekenning van een fiscaal voordeel, discriminerende gevolgen heeft voor buitenlandse belastingplichtigen, zelfs indien deze belastingplichtigen met betrekking tot dat voordeel kunnen kiezen voor toepassing van de regeling voor binnenlandse belastingplichtigen.
­
Gelet op het voorgaande kan gesteld worden dat alle aftrekposten (waaronder het negatieve inkomen uit eigen woning) dienen te worden toegekend ook zonder te opteren, waardoor de inhaalregeling en  terugploegregeling dan buiten toepassing blijven.

De visie van de Staatssecretaris
Naar aanleiding van de Gielen-uitspraak is in het kader van het keuzerecht door de Nederlandse Staatssecretaris het volgende gemeld : "Of aanpassing van de Wet IB 2001, in het bijzonder artikel 2.5 Wet IB 2001, nodig is, wordt nog nader bezien". Sindsdien blijft het verrassend stil. Concreet betekent dit dat de visie van de Staatssecretaris thans nog steeds luidt: geen aftrek zonder opteren.
­
De Belastingdienst is in beginsel gehouden het standpunt van de Staatssecretaris te volgen. In reactie op bezwaarschriften wordt door de Belastingdienst dan ook primair aangegeven dat men de mening is toegedaan dat ondanks de voorliggende Europese rechtspraak het keuzerecht niet in strijd is met Europees recht. Voor zover wel sprake zou zijn van strijdigheid, zou het onderscheid tussen binnenlandse en buitenlandse belastingplichtigen dit verschil in behandeling rechtvaardigen. Er zou zo onder meer voorkomen worden dat sprake is van het tweemaal in aftrek kunnen brengen van aftrekposten.
­
Ook zou de inhaalregeling bewerkstelligen dat eventuele toekomstige positieve buitenlandse voordelen belast kunnen worden. Over het keuzerecht lopen thans verschillende procedures.

 

De andersluidende visie van Rechtbank Breda
Rechtbank Breda heeft thans in haar uitspraak van 18 april jongstleden bevestigd dat in een situatie waarin door belanghebbende aan de Schumacker-norm werd voldaan, niet geopteerd dient te worden om de negatieve inkomsten uit de eigen woning in aftrek toe te laten. Een zeer belangwekkende uitspraak voor de praktijk.
­
Met spanning wordt dan ook afgewacht of de zaak een vervolg krijgt in hoger beroep. De Nederlandse staatssecretaris is immers - vooralsnog - van mening dat rente-aftrek enkel mogelijk is als geopteerd wordt. Mogelijk is het eindoordeel in deze zaak dan ook nog niet gevallen en zal er op omtrent het opteren overigens sowieso nog een discussie moge ontstaan met betrekking tot de opteerders uit het verleden. Duidelijk is wel al dan belanghebbenden thans meer dan ooit hun rechten dienen veilig te stellen.

 

Bron: Kluwer Plein 12052011 Kurt van Heerewaarden , Van Oers Accountants en Belastingadviseurs  

Bijlagen:

DeHypothekenMakelaar.nl

 



Laatste update: 16/05/2011 09:20.26